Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luk. II vs. 8 — 12.

Ende daer waren herders in dieselve lantsireke, haar houdende in het velt ende hielden de nachtwacht over hare kudde.

Ende ziet een Engel des Heeren stonl bij haer, ende de heerlickheyt des Heeren omscheen ze, ende zij vreesden net groote vreeze.

Ende de Engel seijde tot haar, En vreest niet, want ziet ick verkondige u groote blijtschap, die alle den voleke wenen sal.

(Namelick) dat « heden geboren is de SaXigmaker, welcke is Christus de Heere, in de Stadt Davids.

Ende dit sal u het teeeken zijn, Gij zuil het Kindeken vinden in doecken gewonden, ende liggende in de Kribbe.

In het morgenuur van dezen dag, M. V., zijn wij bepaald geworden bij de geboorte van den Heere Jezus, de menschwording van den Zoon Gods te mogen overdenken; God geopenbaard in het vleesch. Nu zijn wij bijeen om de heugelijke boodschap door een' Engel des Heeren aan de herders in Bethlehem's velden gebragt, te overdenken.

Ik wenschte dan met u na te gaan:

I. De verschijning van den Engel aan de herders.

H. De boodschap, die hij hun bragt.

III. De bevestiging, waarmede hij die aandrong, om

IV. Met de toepassing te eindigen.

Sluiten