Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen gehinderd en geërgerd hebben; maar juist in dien toe¬

stand, waarin zij het kindeke Jezus ontmoeten zouden

moest Hij als hun Zaligmaker; hun Christus, hun Heere, hun des te dierbaarder zijn. De geestelijke zin en beteekenis., alleen door het geloof te vatten, was, dat j uist zulk een Verlosser, die in de gansche ellende en hulpbehoevendheid hunner natuur, uitgenomen de zonde, mensch was geworden, hun noodig was, om hen, die zich ellendig en hulpbehoevend voor God hadden leeren kennen, te helpen, te redden en te zaligen. Daardoor juist ook is Hij hun plaatsbekleeder geworden. O! hoe diep heeft de Heere Jezus zich voor zijn volk willen vernederen. Hij, die in de gestaltenis Gods zijnde, het geenen roof behoefde te achten, Gode gelijk te zijn, Hij heeft de gestalte eens dienstknechts willen aannemen. Geopenbaard in het vleesch, heeft Hij als een hulpeloos wicht, eene stal tot woning, eene kribbe tot Zijne wieg willen kiezen, en juist dat alles moest het teeken zijn voor die heilzoekende zielen en bet is het ook geworden. Dèar vonden zij hunnen Heere, die door Zijne armoede hun rijk wilde maken; dóar zagen zij Hem, met doeken omwonden, in die kribbe liggen, om zich over hen te ontfermen, die als gebondene nederlagen op het zorgelooze bed der zonde, in de magt des duivels, en even onmagtig om daarvan op te staan, als het kind, in doeken gewonden, in staat is zichzelve er van te ontdoen. Ja, dat teeken diende tot bevestiging van die blijde boodschap, aan hen gebragt, want onder de graveerselen van den Messias, Wiens dag zij met al de heiligen hadden begeerd, om te zien, was hun van Godswege aangekondigd. Zie! uw Koning zal tot u komen, regtvaardig, en Hij is een Heiland: arm — Zach. 9, vs. 9. Neen! nu zij ook nog dit teeken tot bevestiging ontvingen, nu konde er geene sprake meer zijn, zoo als zulks wel meermalen uit het ongeloovige hart voortkomt van „heb ik wel goed gehoord?"

Sluiten