Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hebt gij u wel eens verlustigt met tranen van'vreugde in uwen goedertierenden, eeuwig getrouwen, allerbeminnelijksten ziele vriend Jezus, toen was het lied van Mozes uw lied, het lied des Lams eenmaal uwe zalige verwachting. Hadt gij wel ooit gedacht, dat gij zoo weder geworden zoudt zijn, als gij van achteren hebt moeten betuigen, geen zingensstof, geen dierbaarheid er in te bezitten? En nogtans met ernst en liefde vraag ik het u, heeft de Heere u niet gedurig opgezocht? terug doen keeren met ootmoed en schuld? Och! dat er in deze dagen bij u, volk des Heere! geen stilzwijgen mogt zijn, dat er veel behoefte bij u zijn mogt te bidden om de vervulling dier belofte ons zoo dikwerf, zoo kennelijk gebleken als de vijand komen zal, als een stroom zal de Geest èé banier oprigten. Geve God u dan door Zijne genade om héden dat hemelwerk op aarde te verrigten, om voor u zeiven met alle 's Heeren gunstgenooten, al ware het dan op lagen toon met hart en mond na te stamelen: Eere zij God inde hoogste hemelen, vrede op aarde, in den mensch een welbehagen. Och! dat gij regt beschaamd mogt worden, als er een dag voorbijgaat, zonder Gode eere te zingen. Gij, uitverkoren geslacht! gij , koninglijk priesterdom 1 geroepen om de deugden van dien God te verkondigen, die u in Zijnen Zoon getrokken heeft uit de magt der duisternis en overgezet heeft in het koningrijk des Zoons Zijner liefde. Hier is uwe roeping God te verheerlijken en eens met al de Engelen en verlosten Hem, die op den troon zit en het Lam toe te brengen de dankzegging en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

Ps. 89 vs. 8.

Sluiten