Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troosten, Jes. 61 vs. 2, uitgeroepen. Zij zagen nu, hetgeen zoo vele profeten en regtvaardigen begeerd hadden te zien en niet hadden gezien: nu hoorden zij die dingen, die zij verlangd hadden te mogen hooren, en "niet hebben gehoord. En daar de genade Gods, wanneer zij zich aan zondaars verheerlijkt, hen in eigene oogen gering en klein maakt, en nederig van hart, zoo heeft dit alles hen, in het stof verootmoedigd, zekerlijk doen betuigen: Heere! doet Gij ons dat alles zien en hooren, wie zijn wij toch, dat gij ons zoo onderscheidt ! Maar de genade Gods laat ons dan ook niet werkeloos in ons zeiven, noch voor anderen, veel minder nog in het verkondigen van Gods heerlijke deugden en volmaaktheden. Heden was het in mijn hart om de werkzaamheden der herders, aan welke de dierbare boodschap van den geboren Christus door de Engelen gebragt was, na te gaan. Och! dat wij met zegen voor onze zielen, van deze heerlijke dingen mogten spreken en hooren. God, de Heilige Geest schenke ons allen eenen zegen, zoo als deze herders hebben ontvangen, en geve ons dat ook deze laatste overdenking op het Kersfeest, ons werkzaam voor Hem make, om elk in onzen kring en in het midden onzer betrekkingen Hem te loven en te prijzen.

Sluiten