Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het eeuwig zielsverderf moest spreken, voor zulken die Hem niet zouden gevonden hebben, en het Evangelie ongehoorzaam zouden zijn. Toen u de liefde van Christus drong, lag ook het heil van onsterfelijke zielen op uwe harten, in die eerste dagen en tijden, toen was het in nadruk dat het aan u bevestigd werd, als deze zwijgen, de steenen zouden moeten spreken. Hoe is het nu met u ? bij toen vergeleken, wie weet bij hoe velen van u welk een verschil. Nu hoort men u bijna niet meer van Jezus van het zalige om Hem te dienen, spreken. Hoort gij het anderen doen, het kan u bij oogenblikken tot jaloerschheid of diepe smart over u zei ven opwekken. O! de Heere Jezus heeft tegen velen van Zijn volk, dat zij hunne eerste liefde verlaten hebben. Och! mogt gij met smart en droefheid voor God worden aangedaan , dat gij uwe harten zoo zeer wederom gehecht hebt aan de dingen dezer wereld, dat Jezus zoo dikwerf door u vergeten is, mogten uwe zielen eens regt hierover wegdruipen in treurigheid en klagen. Maar zijt gij waarlijk bekeerd, en hebt gij het kind Jezus voor u zeiven gevonden, als uwen Christus en Heere, dan is en blijft het de grondkeus van uw hart: och ! of wij waren als in de dagen van ouds. Volk des Heeren ! ook onder het werk uwer handen, in uwe onderscheidene betrekkingen hier beneden, is en blijft het uwe roeping. Zij zullen mijnen lofverkondigen. Indien gij zwijgt, wie zal dan spreken? Is er geen leven aan uwe zielen, bidt veel met David: guntleven aan mijne ziel, dan looft mijn mond uwe trouwe hulp, waagt er u zeiven aan, Jezus is het waardig dat gij van Hem spreekt. Hij, die u uit zoo grooten nood en dood verlost heeft. Gij hebt misschien nog velen onder uwe naaste en dierbare betrekkingen, die zich voor den Heere Jezus nog niet buigen, gij ontmoet er zoo velen, die iigtzinnig en zorgeloos wegleven zonder Jezus. Gij hebt die genade des Heeren ontvangen, dat gij met haast mogt uitgaan om Hem te zoeken en Hem ook gevonden hebt en u zeiven in Hem hebt mogen verliezen en wedervinden. Och! dat gij God

Sluiten