Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f\zl /Wecedervt.

Na het examen aan de Theologische School en daarna het Classicaal examen voor de Classis Grand Rapids te hebben afgelegd, werd ik, beroepen zijnde te Kellogsville, Mich., en na dat beroep aangenomen te hebben, door Doe. G. Hemkes aldaar in mijn dienstwerk bevestigd den 2den October, A. D., 1892.

Deze gemeente stond al niet in een besten reuk. De oneenigheden waren vele in haar midden. Zij, die " 't kwade willen laten zitten,-omdat het goed geplaatst is" (Calvijn's definitie van de Conservatieven) zullen wel gezucht hebben in die dagen, toen zij hoorden, dat candidaat S. Koster, die "zoo Kuijperiaansch" was, naar Kellogsville ging. Doch enfin! Ik gevoelde roeping en ging.

De voornaamste twistappel was de christelijke school. De grond en 't gebouw waren het eigendom der gemeente. De onderwijzer werd bezoldigd door ouders van schoolgaande kinderen, 't Bestuur bestond uit eene commissie, eenmaal per jaar uit de gemeente gekozen. Tot dit einde wend er jaarlijks een vergadering gehouden. Omdat de menschen het op dien tijd het best konden wachten, zoo werd altijd de eerste Woensdag in Maart voor die vergadering bepaald. Aan de gemeente werd den Zondag er aan voorafgaande bekend gemaakt, dat Woensdag 1 Maart, 1893, de gewone jaarlijksche vergadering weer stond gehouden te worden. Op deze vergadering brengen wij:

Sluiten