Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Wat punt b. betreft, meent ondergeteekende dat het vertrouwen geschokt is, doordien de commissie (ad hoe) Kel"logsville verliet in de vaste overtuiging, dat de meeste "schuld bij die partij lag, naar wier eischen men nu toch gehandeld heeft door te besluiten een leeraar te adviseeren "eene roeping naar elders aan te nemen, hoewel ze tegelijkertijd bij monde van haren president Ds. G. H. DeHaan "hem zijn onschuld luide betuigde. Dit nu brengt verwarring teweeg en wekt een zeker wantrouwen op.

"Wat punt c. betreft, meent ondergeteekende dat er een "onchristelijke geest heerscht in den kerkeraad en gemeente "te Kellogsville, overmits:

"i. Doopleden stemmen gehad hebben in de gemeente"vergadering van April 5, 1893, welk stemrecht men daaraan "ontleende, dat de grond en 't gebouw der school aldaar ge"meentelijke eigendommen waren. Hier werd dus aan doop"leden stemrecht in kerkelijke zaken gegeven, hetwelk on"gereformeerd moet heeten.

"2. De kerkeraad heeft geweigerd een attest te geven "aan den vertrekkenden leeraar. De Classis verschatte hem "echter een goed attest en liet den kerkeraad ongemoeid, "waaruit besloten moet worden dat de Classis dezen verkeerden geest gesteund heeft.

"Mocht uwe vergadering behoefte gevoelen (overmits "ondergeteekende alles wat door hem in deze Memorie ge"zegd is met de officieele stukken kan bewijzen) om deze in "te zien of om mij te spreken, zij kan mij ieder oogenblik "ontbieden

"Broeders! Ik heb getracht zooveel mogelijk al 't persoonlijke te vermijden. Ik wensch niet tegen eenig persoon 't zwaard te trekken. Alleen maar onze gereformeer"de beginselen zijn mij door Gods genade dierbaar. Van "daar dat ik behoefte gevoelde mijne bezwaren u mede te "deelen. Ik zoude anders een onvoldaan plicj^sgevoel met "mij omdragen.

"En hiermede leg ik dan deze zaak in uwe handen neder. "Zegene Sions Koning uwe achtbare vergadering. Sta Zijn "Geest zelf in uw midden en leide Hij ü in al uwe wSffc"zaamheden.

"Met eerbied en hoogachtend onderworpen,

"Uw Broedep in Christus Jezus den Heer,

"S. Koster.

"Kalamazoo, Maart 1894."

Als eenig antwoord hierop vind ik in de Acta der 1.1. Synode, pag. 40, Art. 88, 't volgende:

Sluiten