Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Nog: dat de ker'. eraad van Walnut Str. en ook dfe v^n> "Burdick Str. elk een ouderling met zijn leeraar afvaardige "om met den kerkeraad van de respectieve gemeente te vergaderen."

Toen deze "scherpe bestraffing" op heel aartsvaderlijke wijze Ds. Koster werd toegediend, heeft hij ootmoedig het hoofd gebogen, ook gevoelde hij al 't onrechtmatige er van. vooral van de onhebbelijke persoonlijke k renkingen, die de president op eigen houtje tusschen de strafgerichten in wist te voegen. Hij geloofde Gods hand" was in den zaak en overmits de schijn der dingen toch hem tegen was, zoo oordeelde hij 't wijs, eenvoudig te /wijgen en geen woord van protest te laten hooren. Wellicht mocht het een afkoelende uitwerking hebben op de moordlust des tegenstanders.

Tengevolge van dit Classicaal besluit hadden wij nu het genot om de broeders D. D. Langereis en de ouderlingen W. Hoek en C. Kreling op onzen kerkeraad te /ien. Ds. E. Broene onttrok zich. Reeds op den eersten kerkeraad werd eene hereeniging getroffen tusschen de diakenen C. Joldersma en H. Wiers eenerzijds en den leeraar en de overige kerkeraadsleden ander/.ijds en wederzijds verklaard, dat men nu weer zou trachten met elkander te werden.

Nu werd 't noodig geacht om gemeenschappelijk schuldbelijdenis voor de gemeente te doen. Dat wilden de menschen zoo gaarne. Zij zouden dan zoo tevreden zijn en de gemeente zou zoodoende behouden worden. Ds. Koster verklaart nu, dat het hem ondoenlijk was om van zekere gespecificeerde feiten belijdenis te doen, noch ook kon hij het vonnis der Classis onderteekenen. Hem wordt ten antwoord gegeven, dat dit ook niet behoeft, doch dat het voldoende was, indien hij slechts een algemeene belijdenis van schuld wilde doen. Hiertegen was niets in te brengen. Wie zou dit niet alle dag willen doen? En indien 't daar nu op vast zat bij de goede gemeente (en dit beweerde men), dan. achtte Ds. Koster het zelfs plichtmatig om des lieven vredes wil dezen stap te doen. Hij kon met behoud van waarheid gedaan worden. En zou men dan willen tekort schieten aan toewijding of zich schuldig maken aan liefdeloosheid?

Ook zou dan de geheele kerkeraad schuld belijdenis doen en dan zou Ds. D. Langereis trachten om de gemeente door haar op te laten staan hare goedkeuring en instemming met dit alles te laten betuigen. Later hebben kerkeraadsleden wel gezegd: "ik weet niet waar wij schuldbelijdenis van gedaan'hebben." Doch zooals gezegd is, het geschiedde om des lieven vredes wil en met de nuttigheidspractijk tot maatstaf.

Sluiten