Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de gemeente vergadering van Sept. 23, '95, werd dit dan 00R aldus ten uitvoer gelegd. Nog eenmaal woonden bovengenoemde broeders de kerkeraadsvergadering bij en verklaarden toen dat er geen behoefte meer aan hun tegenwoordigheid bestond, weshalve zij er zich met meer hebben laten zien. In hun rapport aan de volgende Classis verzochten zij echter beleefd, dat Art. 13 der vorige Classicale Notulen mocht worden vernietigd en Ds. Koster alzoo ontheven mocht worden aan de verdenking toen op zijn persoon gelegd. De Classis gaf hieraan echter geen gehoor.

In de gemeente herkregen de dingen weer hun loop zoo wat. Men hoorde wei den ex-ouderling en zijn vrienden wat mopperen; ook kerkten zij elders. Er was zelfs sprake van opvragen van attesten. Doch daar de Classis bij het stichten der gemeente een grenslijn getrokken had, zoo meende de kerKeraad, dat de Classis deze eerst ook weer móest opheffen, vóór hij attesten wilde geven. Ds. Koster adviseerde den kerkeraad echter dat men deze lieden het gevraagde attest maar moest geven. De kerkeraad besloot echter om dit niet te doen, tenzij op last der Classis of bij vertrek naar elders. Punctum!

Doch het liep weer naar Nieuwjaar toe en de tijd van stemmen van kerkeraadsleden was op handen. Uit de gemaakte nominatie werd het benoodigde getal gekozen. Meest allen van de tegenpartij. De gekozenen bedankten echter. Nu moest er bij vernieuwing een nominatie gemaakt worden. Dit geschiedde. Alles in de beste orde.

Doch wat gebeurt er? Op de gemeente vergadering van 24 Dec, waar de stemming plaats hebben zal, vliegt zeker persoon nadat hij wel zag, dat hij niet herkozen zou worden, als in razernij op en begint de alarmklok te luiden. Hij beschuldigt den kerkeraad en den leeraar van knoeierijen, van geheim bedrog, enz., enz. Men ging echter door met stemmen en de toen gekozene broeders namen ook allen op één na, de roeping aan.

Doch van zelf er was weer kwaad zaad gestrooid, en dat wilde welig groeien! 't Vond zulk een gereeden bodem. Zelfs werd er één der getrouwe broeders mede afgevoerd, westhalve de kerkeraad van dezen een nadere verklaring heeft gevergd en ook heeft verkregen en het noodig oordeelde om het volgende vier malen van den kansel af te lezen, 5 en 12 Januari, 1896, beiden des morgens en des middags.

"De kerkeraad heeft mij opgedragen het volgende vier "malen achtereen van den kansel af fe lezen:

"Op de gemeentelijke vergadering van 24 December is "een treurige verwarring aangericht en veel wantrouwen in

Sluiten