Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene jonge vrouw, bezig om het avondeten gereed te maken, dat heel karig was. Het was de moeder van de beide aan het venster staande kinderen.

- Maar moe-lief, het is voor ons toch ook kerstfeest?" vroeg op eens het ventje.

De vrouw keek op, toen zij de vraag van haar kind hoorde. Zij zweeg eene poos, maar antwoordde daarop met eene bewogene stem:

— Ja, Paulus, het is ook voor ons kerstfeest. Het is voor rijken en armen.

— Ik krijg toch ook wat, niet waar? vroeg het kind verder. Dc moeder zuchtte diep en stil. Daarop zeide zij!

— Zeker, mijn kind, als ge maar heel vroom en zoet zijt. Het kerstfeest brengt ons allen wat, en wij behooren ons over zijne gaven van harte te verheugen.

— Wat krijg ik dan, lieve moeder? vroeg de kleine Paulus met nieuwsgierige vreugde.

— Weet gij niet, antwoordde de moeder, „wat de engel in den heiligen kerstnacht op het veld van Bethlehem aan de aime herders gezegd heeftP

— O ja, dat weet ik heel goed! riep de kleine vrolijk uit. De engel zeide: „Ziet ik verkondig u groote blijdschap, die al de den volke wezen zal. Namelijk, dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heer, in de stad Davids/'

— Nu, mijn kind, daarover kunt gij u ook reeds verblijden, dat gij zulk een goeden en lieven Zaligmaker hebt, en dat nu weder zijn heerlijke geboortedag nadert, waarop Hij voor ons een klein kind geworden is en daar in de krib van Bethlehem gelegen heeft.

— Maar brengt de heilige Christus mij dan niet ook iets anders mede? vroeg de onvermoeide knaap.

Ik moet hier mijn] lezer onder H oog brengen, dat de duitsche kinderen zich voorstellen alsof de Heere Jezus de geschenken nu zelf nog brengt, even zoo als vele kinderen bij ons dat van Sint

Sluiten