Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. Nu, lieve man! sprak de vrouw, toen zij eenige stappen met

elkander gedaan hadden: — hoe is het u op de reis gegaan? Is het u gelukt eenig geld op te halen?

— God zij dank, ja, lieve Marie! antwoordde de man. Ik breng vijf honderd thaler mede, die ik van twee handelshuizen ontvangen heb. Maar dit geld helpt ons niets. Ik zend het heden nog aan den heer W. te Hamburg. De man kwelt mij onophoudelijk. H» zal althans mijn goeden wil zien, omdat ik hem alles geef "wat ik maar heb. Dit moet voor ditmaal onze kerstvreugde j^n. Weiligt dat mijn schuldeischer daardoor wat geduldiger wordt en mij ten minste tijd laat om hem van lieverlede af te doen.

Toen de vreemde den naam van den hardvochtigen schuldeischer van Hamburg gehoord had, was hem eene zeldzame zenuwtrekking over het aangezigt gegaan. Hij sloeg diep bewogen zijne oogen naar den hemel op. Daarna ging hij het echtpaar met hunne kinderen verder na, maar hieMzich een weinig meer op afstand, om niet van hen bemerkt te worden. Zij evenwel hadden hoegenaamd geen erg in hem, maar waren druk in vertrouwelijke gesprekken. Zoo kwamen zij aan de Kloosterstraat. Ook hier volgde de vreemde hen na, totdat zij eindelijk het huis bereikten waarin afwoonden. Nadat zij Baar boven gegaan waren, bleef de vreemde een langen tijd op de straat staan. Hij haalde zijn brieventasch uit den zak, en schreef daarin het nommer van het huis, dat hij bij het Schijnsel eener nabij zijnde lantaren duidelijk zien kon, op. Vervolgens ging hij stil en nadenkend naar zijn logement terug. Het was alsof hij het met zichzelven eens geworden was, wat hij doen wilde. Hij liet een bediende van het logement komen, en gaf hem eene menigte boodschappen, die hij hem, opdat de man er niets van vergeten zou, op een stuk papier voorschreef. De bediende beloofde alles punktuëel te zullen bezorgen. De oude man knikte hem met een vriendelijken lach toe. Hij zag er nu zoo opgeruimd en vrolijk uit, alsof hij werkelijk iets van de groote kerstvreugde ondervonden had, die al den volke

Sluiten