Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat hem gebeurde. Hij kon riaauwelijks woorden vinden om zijn innigeu en hartelijken dank jegens zijn weldoener uit tc spreken. Bevende van vreugde stond de gelukkige vrouw van verre, en verlegen van blijdschap vleiden zich de kinderen tegen de moeder aan. Eindelijk omringden de gelukkigen den eerst zoo gevreesden man. Hij zag ze met een vriendelijk gelaat aan en zeide : „Komt, kinderen! nu willen wij met elkander een vrolijken kerstavond vieren \" Spoedig zat de vreemde in den kring van het hem zoo lief geworden gezin. De kleine Paulus had zich reeds op zijne knie gewaagd en verhaalde den ouden man, dien hij „grootpapa" moest noemen, wat hij alzoo op de kerstmarkt gezien had. Onderwijl hij daar aan bezig was, werd er aan de deur geklopt. De bediende uit het logement trad binnen, van twee mannen vergezeld. Maar dat was me een pracht! Zij droegen een uitstekend mooijen kerstboom, dien zij op de tafel zetteden, en dien de vader terstond moest aanstoken. Daarna werden de manden uitgepakt. Daarin waren allerlei rijke geschenken voor ouders en kinderen. Ook de soldaten voor Paulus ontbraken er niet aan. Er waren ook sabels en geweren, trommels en trompetten. Wat was het een gejuich in het kleine kamertje! En de koopman uit Hamburg wat zat die er gelukkig bij!

Het klokkenspel van de kerk speelde het lied: Nog juicht ons toe die zaalge nacht, Waarin 't gestarnt met nieuwe pracht, En 't englenheir inet nieuwe vreugd, Zich over Jezus' komst verheugd. Hij komt die 't beeld des Vaders draagt, Geboren uit een reine maagd, Gods Zoon in 't vleesch, der englen Heer, God zelf, Hij komt, elk zing' Hem eer. En Amen! riepen de gelukkige menschen.

Sluiten