Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de bevrediging eener lang gevoelde behoefte, zij ontving die als eene algemeen erkende weldaad.

De eenige ware vraag (hoe men die moge willen ontwijken,) is deze:

Was die daad wettig of onwettig, geoorloofd of verboden?

Naar het antwoord daarop, moest de daad, of als een regt, tegen elke aanranding van geweld of intimidatie worden beschermd, of daartegen, als tegen een vergrijp, worden gewaakt. Het is immers in een land van orde en vrijheid het regt dat beschermd, het onregt waartegen gewaakt moet worden.

De invoering der bisschoppelijke hiërarchie in Nederland was

1) niet strijdig met de Grondwet.

Niemand in de Kamer heeft dit durven beweren of kunnen betoogen.

2) niet strijdig met eenige in vigueur zijnde wet.

Ware dit het geval, men zoude van eene andere zijde geene nieuwe wet hebben noodig geacht. Het geheele Wets-Ontwerp zelf is een bewijs, dat die daad niet in strijd was met eenige bestaande wet, en Art. 1 bevat daarvan de volmondige erkentenis.

3) in volkomene overeenstemming met de uitlegging, welke de Regering zelve aan de Grondwet had gegeven, en met het regt, hetwelk zij in de diplomatieke notas had erkend.

Het blijkt uit de openbaar gemaakte officiële stukken. De gevallene Ministers hebben, als volksvertegenwoordigers, die uitlegging en dat regt volhardend verdedigd. Ook door de tegenwoordige Ministers is dat regt niet tegengesproken. Het wordt, doch

alleen als uitgedrukt beginsel, door het Wets-Ontwerp gehuldigd

als uitgedrukt beginsel, waaraan getoest de bepalingen moeten worden veroordeeld.

4) eene behoefte voor de Katholijken, voor alle Niet-Katholijken zonder eenige waarde en zonder eenige uitwerking.

5) lang te voren voorzien en besproken , zonder dat een enkel der volksvertegenwoordigers zich daartegen had verklaard.

De Roomsch-Katholijke Kerk is in haar wezen eene bisschoppelijke kerk.

Sluiten