Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren aanleg der Staatsspoorwegen en de reuzenwerken, die daarmede in verband staan; de droogmaking van bet Haarlemmermeer, die na lüJjarigen arbeid in 1852 voltooid werd; de emancipatie der slaven in West-Indië in 1862, en de losmaking van Limburg van den Duitschen bond in 1866. De feiten die onzen tegenwoordigen Oranje bijzonder in zijne eigenaardigheid kenmerken, het geschenk der Willemskerk te 's Hage en van 't landgoed Bronbeek in 1859 — en de Watersnood in Januari en Februari 1861, bij welke ramp onze koning den bijnaam van de Goede verwierf.

We moeten ook niet vergeten nog eens naar boven te zien. Daar staan de portretten van Calvijn en Filips van Marnix, Heer van St. Aldegonde, de boezemvriend van Prins Willem van Oranje. Tusschen die beide vier regels uit het oude „Wilhelmuslied," die ons het geheim der groeikracht onzer natie verklaren, waar Marnix de Zwijger aldus laat spreken:

„Mijn schild en mijn betrouwen

Zijt Ghy, o Got mijn heer; Op TJ so wil ick bonwen,

Verlaat my nimmermeer."

Ter rechter- en linkerzijde vindt men groepen, die de kunst vertegenwoordigen en welke gedragen worden door hoornen des overvloeds. De linkergroep bevat meer uitsluitend de schoone kunsten, als dicht-, toon-, schilder- en beeldhouwkunst; die aan de rechterzijde vertoont meer nuttige en praktische wetenschappen, als: bouw-, wis-, natuur- en werktuigkunde met aanverwante vakken. Bij ieder van deze zouden zeker namen en portretten kunnen worden aangebracht, maar de teekenaar heeft dit niet tot zijn bestek gerekend.

Nu rest ons nog een woord over de draperie onder aan den rand aangebracht. Wij vinden daar de voornaamste nieuws-

Sluiten