Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 19.

Hij houdt behoorlijk boek van alle ontvangsten en uitgaven , doet van een en ander rekening en verantwoording aan het Provinciaal Kerkbestuur in de vergadering van Mei, en zendt, na goedkeuring van zijne gehoudene administratie, afschrift zijner rekening toe aan de Classikale Besturen van het ressort ten behoeve der algemeene classis.

Geene gelden worden door hem belegd dan met overleg en onder goedkeuring van het Provinciaal Kerkbestuur, hetwelk hij in alle moeijelijke en buitengewone gevallen raadpleegt.

Art. 20.

Hij houdt eene naauwkeurige inventaris van de bezittingen der Beurs, een register der leden, in hetwelk nevens hunnen ouderdom voorkomen de namen en geboortedagen van hunne vrouwen, mitsgaders een dergelijk register van de trekkende weduwen en weezen.

Hij zendt ieder jaar berigt in van de mutatiën die er in het getal der trekkende weduwen en weezen hebben plaats gehad en geeft terstond kennis van iedere door hem volbragte geldbelegging aan het Provinciaal Kerkbestuur, opdat gelijkluidende inventaris en register door hetzelve behoorlijk kunnen worden bijgehouden.

Wederkeerig worden hem, ten behoeve van het register der leden, de vereischte opgaven telkens zoo spoedig mogelijk verstrekt door het Provinciaal Kerkbestuur.

Art. 21.

Het Provinciaal Kerkbestuur kan eene instructie voor den Quaestor ontwerpen waaraan hij gebonden zal zijn. Het heeft verder de bevoegdheid de kas, boeken, registers en alle stukken der Beurs, zoo dikwerf het

Sluiten