Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de predikanten, leden van den Eing en van het ^ * . fonds, die vrijwillig pt( eene andere/of in dezelfde be- ' ^A^é^y, trekking naar elders verplaatsen , fra—das hun radikaal -als leden van don Amsterdamschen riiig vciliudeij, zal het in de keus gegeven worden, of zij al, dan niet begeeren voor hunne nablijvenden in het genot van de voordeelen te blijven van het fonds. Ingeval zij het eerste verkie- J£^ ^ ^

Izen, moeten zij zich verbinden tot het betalen eener jaar- ^ ^ £ hjksche contributie van tien giilfW^ WW-^lj gHiir?nde/L.. .-sS^+c^r twoo jaron mot do betaling de^ei luntiibulie in gebieke-^>^r^3C' zijn gebleven, hobbcn i,ij alle aaubpiaak op de vuuxdeelen jy-^Jc.

van het fonds verloren. * 4, , „ , c^^-u-*— ^

De contributie wordt ook voldaan door de weduwen of minderjarige kinderen, voor welke het jaar van gratie wordt waargenomen. Indien er, bij het overlijden van een predikant, noch weduwe, noch kinderen overblijven, wordt deze contributie naar evenredigheid uit de vakatuurpenningen verstrekt.

Art. 8.

Ten aanzien der uitkeering aan minderjarigen worden de volgende punten vastgesteld:

1°. Een of meerdere minderjarige kinderen, nagelaten door een lid van den Eing, deelgenoot van het fonds, die als weduwenaar overleden is, zal, of zullen te zamen na het eindigen van het jaar van gratie, dezelfde jaarlijksche uitkeering uit het fonds genieten, als aan de weduwen wordt toegelegd, totdat dit kind of het jongste dier kinderen meerderjarig is geworden; of, hetzij door het aangaan van een huwelijk, hetzij door het aanvaarden eener openbare betrekking, tot gevestigden staat gekomen is.

2°. Dezelfde jaarlijksche uitkeering ten behoeve van minderjarigen, tot gelijk tijdstip uitgestrekt, zal insgelijks

Sluiten