Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukkelijke bepaling uit den aard der zaak aan altén ète' een iegelijk, het zij afzonderlijk, het zij vereenigd, verschuldigd is (5). En dat nu eene godsdienstige gezindheid , mits met deze laatstgenoemde bescherming vodririén, de eerstgenoemde, bifirt. 191 bedoeld, niet behoeft om te kunnen blijven bestaan, leert ons de geschiedenis! wfc-ij zer oude RepïAdtèk, waar slechts de Herv. Godsdienst door den Staat beschermd werd, en zich nochtans ook andere Kerkgenootschap-pen, die niet beschermd, maar slechts geduld werden, vestigden en bestaan bleven.

Maar ten andere komt het mij voor , dat het w*o«*d beslaande in genoemd art. geenSztnS'»86;tfeteekenis heeft, welke men er aan vastmaakt. Het staat toch daar niet op zich zelf, maar is véffconden aan de woorden «w het Koningrijk en duidt mitsdien plaats en geen' tijd aan. Ook vindt men er het woordje thands, acluellettient of iets dergelijk9'ln5et- bijgevoegd; iels dat zoo niet de noodzakelijkheid, dan toch de duidelijkheid had gevorderd, om dat art. niet verder dan tot de in i8i5 aanwezige gezindheden te doen betrekken. Dit begrepen tóch de Ontwerpers der Grondw., toen zij in art. 194 en art. 1 der additionele artikelen dat woordje thands inlaschten. Het woord beslaande, zonder bijvoeging van tijd, heeft eene beteekenis van voortduring (6), te

(5) Geenerbande, zelf» geene algemeene bescherming is de Staat verpbgt te geven aan een Kerkgeuootschap, welks aard, doel en strekking hij niet kent. Zeker aan Simonisten, Jezuïten, enz. is dezelve die bescherming niet Verschuldigd. Een nieuw Kerkgenootschap, hetwelk niet eikend is, heeft, staatkundig beschouwd, geen bestaan, en kan daarom op geene bescherming, al is het dan slechts op eene algemeene bescherming, aanspraak maken. Dit punt is van wezenlijk ge wig t. Die algemeene bescherming aan hetzelve toezeggende beweert men, als van zelve, dat een Kerkgenootschap zonder den Staat kan bestaan.

(6) Zoo bestaande hier niets anders beleekeot , zegt het woord

li

Sluiten