Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweten* overeenkomende, Godsdienstoefening, slechts met deze éénige beperking, dat zij de openbare rust niet mag stooren.

En aan dezen geest der Grondw. in het algemeen beantwoordt ook de letter der gemaakte bepalingen. Bij art 190 wordt de volkomen vrijheid van godsdienstige begrippen aan elk gewaarborgd. Wat wordt hier gewaarborgd? Enkel het vrijelijk hebben en koislen* dié* begrippen, of ook het vrijelgk openbaren en uitoefenen derzelve? Mij dunkt, van tweeën één; of men moet den zin van dat art. tot het naauwste beperken , of tot het verste uitbreiden. In dien beperkten zin sclnjnt het te worden opgevat door den Heer G. Gbob» va» Pbms»bbb in zijne Beschouwingen over Staats- en Volkerenngt, bl. ao3, waar hij dat art. overtollig noemt, daar gewetenevrijheid door geen wetten, alsof zij buiten dat niet plichtelijk was, behoeft gewaarborgd te worden. En even zoo zegt ook de Hoogl. Royaabds, bl. «5, dat de vrijheid, bij art. 190 gewaarborgd, is geene vrijheid van godsdienstige Kerkgenootschappen, maar van begrippen. Dan wij hebben redenen, om er eenen uitgebreideren zin aan te geven. Al aanstonds toch valt het naauweIgks te ontkennen, dat er het vrijelijk openbaren der godsdienstige begrippen door woord of pen onder begrepen wordt: maar waarom zou men er dan ook geen openbaring door de daad onder moeten verstaan, dat is door bet in beoefening brengen dier begrippen, door Godsdienstoefening (9)? Daarenboven, de Grondw. eischt eene volkomen vrijheid: maar te recht leert Roïaabds, (als wij reeds boven zagen) dat die vrijheid niet vob\omen is, (o) De duidelijke tegenstelling van begrippen in art. 190 en oefening in art. i93 der Grondwet, sluit, onze, oordeels, den meer nitgebreiden zin, welken de schrijver hier aan ar . «Oo poogt te geven, stellig uit.

Sluiten