Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temin wordt de zaak hier Kjj1 herhaling uitgedrukt, opdat '«*} &6S te vaster zou staafe.'' Hieruit volgt dus, dat de bepaling van dit art. reeds geheel in de vroegere ar^ tikelen is opgesloten: maar wanneer wij nu de vrdeg'etfe' artikelen slechts van de in i8i5 bestaande gezindheden opvatten, waar zal men dan het beginsel van art. 192 aantreffen? Dit art. stelt dus allé godsdienstige begrippen en Kerkgenootschappen, öiidlTen nieuwe, op dezelfde lijn: het geeft'géén voorrecht hoegenaamd aan het ééne boven het andere: en van eene noodzakelijkheid van toelating of erkenning des 'ïonïngs wordt niet gesproken.

Dit alles wordt nader vefsïérkt door art. ig3 : » Geene openbare-''Wening van Godsdienst kan worden belemmerd, dan ingevaHe dezelve de openbare orde of veiligheid zoude kunnen storen." Het Fransch heeft s » L'exercice pubBe-d'un culte ne peut étre empêche'," etc. Ook dit art. spreekt dus in het algemeen van Godsdienst, Culte, zonder onderscheid van oud en nieuw, erkend en niet erkend, bestaande en niet bestaande. Reeds heeft Royaabds dit opgemerkt, als wij bovenzagen. Voor het overige spreekt dit art. duidelijk slechts van zoodanige openbare oefeningen van Godsdienst, welke in de open lucht, op de publieke straten en wegen geschieden, als het houden van processién, het doen van preéfica^ëB'," enz. en het veronderstelt alzoo, dat die Godsdienstoefeningen, welke in de kerken en gebouwen plaats hebben, in geen geval hoegenaamd mogen belemmerd worden: want dezer bescherming valt in den regel van art. 191, en van dezen regel geeft art. ig3 eene uitzonr dering slechts voor die oefeningen, die in de openlucht verricht worden (14).

(i4) Zoowel hoogst onjuist als gevaarlijk vinden wij de verklaring, welke de schr. hier geeft van de woorden: openbare oefening van

Sluiten