Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij gebruikt die vervolging en laster om zijn schaap nabij zich te houden. Is er een afgedwaald van de kudde en doolt het om „van berg tot heuvel, vergeten hebbende zijne legering" (Jer. 50:6), d. i. geheel verdwaald en het spoor bijster, o! de Goede Herder kent al die bergen en heuvelen der ijdelheid en werelddienst, al die holen en bosschen der zonde, en zijne negen en negentig verlatende, zoekt Hij dat ééne schaap, tot dat Hij het gevonden heeft. Als wij in het gebed ons tot Hem wenden en vaak met dwalende gedachten hebben te kampen, jezus kent de zijnen, Hij kent de opregte begeerte die woont in ons hart, de ware zucht die wij onder duidelijke woorden niet kunnen brengen. Worden wij door zware verzoekingen van den Booze, of van het vleesch, of van ons arglistig hart aangevallen, het moge, ja, misschien komen tot den rand van een onafzienbaren afgrond, waarin wij gereed staan ons zeiven voor eeuwig te werpen maar ook

geen haarbreed verder, want jezus kent de zijnen en Hij het het zóóver komen, om ons zoo geheel te overtuigen van onze hulpeloosheid buiten Hem, onzen ontrouw en de kracht der zonde, dat wij het niet zoo gereedehjk weder zullen wagen, een enkelen tred buiten Hem te doen. o! Het is zoo goed een vriend te hebben, die ons van nabij kent, en die tevens den wil en het vermogen heeft, om de doornen, op ons pad gestrooid, één voor één uit den weg te ruimen. Welaan Geliefden! welk een troost, welk een vreugde en blijdschap moet dan voor den Christen de gedachte niet opleveren: jezus, mijn Goede Herder, kent mij; verkeer ik in droefheid, Hij klopt aan, Hij treedt binnen, en het enkel aanschouwen van dat medelijdend gelaat geeft troost en moed; verbhjd ik mij in het stil genot van voorspoed, Hij weet hoe geneigd ik ben, om te denken, mijn arm heeft mij dit heil verworven, en, met den voorspoed, geeft Hij ook een hart dat alles als leengoed leert beschouwen. Zoo kent jezus

Sluiten