Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk der Evangelisatie zich onder de huisgezinnen der kleurlingen uitbreidt; meermalen hebben wij immers zei ven mogen waarnemen, hoe door de eenvoudige liederen en versjes, door de kinderen op de school geleerd, ook de ouders tot ernstig nadenken werden gebragt, en de vraag: „Wat moet ik doen om zalig te worden?" ook bij hen ten levensvrage werd. Vruchteloos en ongezegend is, Gode zij dank, de arbeid in de Gemeente van St. Stephens niet gebleven; ware het ons vergund de stemmen der gezaligden van uit den hemel hier op aarde te vernemen, gewis menigeen zou kunnen getuigen, hoe zij binnen de eenvoudige muren van dit kerkgebouw, Christus den Heer hebben leeren kennen en liefhebben, en vrede vonden voor hunne zielen! St. Stephens heeft, onder Gods kennelijken zegen, zijne zendelingen en onderwijzers over verscheidene gedeelten der Kaapkolonie mogen uitzenden, terwijl velen der eenvoudige lieden, die aldaar tot kennis des Heeren werden gebragt, het licht van Gods genade tot de verduisterde harten hunner nog Mahomedaansche bloedverwanten en vrienden hebben mogen brengen.

De Gemeente van St. Stephens, die uit ruim (2000) twee duizend zielen, meest allen kleurlingen en tot den dienstbaren en geringeren stand behoorende, bestaat, is echter niet bij magte om de zoo zware schuld, ruim ƒ 25,000, die nog steeds op het Kerkgebouw blijft rusten, af te doen; van daar dat het werk der Evangelisatie en het onderwijs der jeugd, zoowel als der volwassenen, zeer belemmerd wordt. Levensmiddelen zijn in de laatste jaren in de Kaapkolonie zeer in prijs gestegen, zoodat de meesten in de Gemeente, die van hunnen handenarbeid moeten bestaan, slechts ter naauwernood in staat zijn, om in de allerdringendste behoeften hunner huisgezinnen te voorzien. Van dezen zwaren drukkenden last wenscht de Gemeente ontslagen te zijn, om meer vrij en onbelemmerd aan de uitbreiding van Gods koningrijk in haar midden en ook naar buiten te kunnen arbeiden. Hiertoe roept zij met ernstigen drang de hulp van meer bevoorregte zustergemeenten in.

Geliefde broeders en zusters in onzen Heer Jezus Christus! onzen gemeenschappelijken Heiland en Koning, zoudt gij niet iets van het vele u door den Heer der Gemeente geschonken, willen afzonderen, om in den nood uwer arme broeders en zusters in het verre Afrika te voorzien? Blijft niet de band, die de Kaap aan het oude, haar steeds dierbare moederland verbindt, hecht enteeder? Toen voor ruim twee jaren de stem der ellende bij gelegenheid van den zwaren watersnood, waarmede Nederland werd bezocht, ook aan de Kaap werd vernomen, werden terstond harten en beurzen aldaar geopend en ruime bijdragen werden uit de Kaapkolonie naar Nederland tot onderstand der noodlijdenden verzonden. De Heer. die daar de harten opende, ontsluite nu ook genadiglijk de uwe! Hij geve het u in het harte, om mild en blijmoedig vau het uwe aan uwe verarmde zustergemeente in de Kaapstad mede te deelen. Die zich des armen ontfermt leent den Heere! „Wat gij aau de minsten mijner broederen gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan," zegt de Heer. Onze dierbare Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, de groote Koning zijner vrijgekochte kerk, spreke zelf tot uwe harten, en bepleite de zaak der Gemeente, door Hem zeiven uit de diepste duisternis des Heidendoms tot het heerlijk licht des Evangelies getrokken. Met heil en zegenbede

Uw Dienaar en Broeder in Christus Jezus: H. E. Faube, Predikant bij de St. Stephensgemeente te Kaapstad.

(Zie verder de 4e bladzijde van dm omslao).

Sluiten