Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaruit geboren worden en de scheuringen worden met den dag meer.

Het is uit aanmerking van al het gezegde niet te verwonderen, dat zeer vele Predikanten zelfs en vooral duizende leden onzer gemeente dezen waren toestand niet opmerken. Men is sints een aantal jaren te laf en te toegevend ten aanzien van de leer geworden. In de catechisatiën, in de catechismusleerredenen mogt niet meer van partijen gesproken worden. Bij de zuivering van eene overdrevene en noodelooze behandeling van een aantal afgesletene ketterijen en dwalingen, verzuimde men ook de opgaaf van het onderscheid der thans nog plaats hebbende verschillen. Het oude Remonstrantisme moest veld winnen, en Leeraren, die zich vóór 25, 30 jaren nog eens verzetteden tegen grove afwijkingen van onze kerkleer, werden uitgelagchen of als onverlichten aangemerkt. Jongere menschen, door heel of half bedorvenen voorgelicht, juichten het nieuwe toe, en wat men vóór 25 jaren (zoo spreken zelfs Recensenten van onze dagen) op de predikstoelen niet durfde zeggen, wordt nu openlijk beweerd en in het licht gegeven. Het is geenszins te bevreemden, dat honderden in onzen tijd ook onder de jonge Predikanten ter goeder trouw dwalen, niet beseffende, hoedanig men van tijd tot tijd afweek, en voorgelicht door den glans van beter weten en helderder verlichting, gelijk zij aan den anderen kant door de vrees worden afgeschrikt, dat zij ligt voor duisterlingen en dompers zouden kunnen gehouden worden en zich zeiven in hunne promotiën zouden kunnen belemmeren. Aan deze vraag ik: kent gij de Gereformeerde leer en hebt gij haar grondig onderzocht? Moet gij door menschelijken wil of door den wil van onzen verhoogden Verlosser uwen voortgang maken in de Vaderlandsche Kerk? Is ook groote voortgang voor elk zoo gelukkig, of is het niet gelukkiger daar te staan, waar onze Heer ons gebruiken wil? En zijn wij in de eerlijke en oneerlijke erkentenis der waarheid niet verantwoordelijk voor

Sluiten