Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN OUDERLOOS EN NAAMLOOS KIND.

DOOR

W. VAN DEN BERGH.

Is het de schuld der inwendige zending, dat zij zoo geheel buiten kerkelijk verband staat, of ligt die schuld ook bij de Kerk en hare geordende ambten, die er zich al te weinig aan lieten gelegen liggen ? Zal deze eenmaal, als moeder de inwendige zending, tot hiertoe te stiefmoederlijk bedeeld, adopteeren, laat zij haar dan eerst door vertrouwelijken omgang en met hartelijke liefde bejegenen; van haar aard en karakter kennis nemen; onderzoeken, of zij , ofschoon thans nog onderloos, zelfs zonder vasten naam, eenmaal als kind aangenomen , ook den oudernaam mag dragen. Moge die tijd nog eenmaal komen, evenwel niet in naam maar inderdaad een dergelijke betrekking bestaan ; niet kunstmatig maar geworden; niet gedwongen, maar vrijwillig. Houde èn moeder èn dochter die toekomst in gedachte! L. Heldring, (Bomvsteenen. I p. 28.)

Voor de vergadering van Redactie en Medewerkers der „Bouwsteenen", 9 Febr. 1883 gehouden, was op de Agenda bovenaan geplaatst de bespreking van Stellingen over eene „Opleidingsschool van arbeiders der Inwendige Zending", te verdedigen door Dr. L. Heldring. De eerste dier stellingen luidde: „De inwendige zending kan niet bestaan zonder arbeiders, die haar als levenstaak opvatten."

Gelijk te verwachten was, onderscheidde zich de verdediging dier stellingen ook nu weder door groote zaakkennis, helderheid en practischen blik, gelijk wij van den Redacteur van dit Tijdschrift

Sluiten