Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginselen in bare beteekenis voor de kerk, de prediking, de kathecbese, het diakonaat en de zending" en vervolgens het „Tractaat van de reformatie der Kerken", door Dr. A. Kuyper, waarin de voor „Binnenlandsche Zending" belangrijke §§ voorkomen: „Van de deformatie in het werk der liefde en der barmhartigheden" en „wat de diakenen in de kerken Christi te doen hebben". En nu onlangs verscheen de daareven genoemde circulaire door Predikanten en leden der Chr. Geref. Kerk onderteekend, waarin voorziening in de „behoefte aan gelegenheid tot christelijke verpleging van krankzinnigen, blinden, doofstommen, en andere dergelijke lijders in het midden der gemeente" aan de orde gesteld wordt, maar daarmede ook tevens middellijk de vraag: welk zal het verband zijn tusschen deze ,verpleging" en diakonie en gemeente?

Ook dit drietal levensteekenen op het gebied der Binnenlandsche Zending deden mij aan de voortzetting denken van dit opstel reeds eenige maanden geleden begonnen, omdat het nu wellicht ons reeds een stap verder zal brengen, wanneer in dit Tijdschrift de voorslagen, daar even bedoeld, onder onze aandacht gebracht worden.

Wanneer wij de tegenwoordige verhouding van den arbeid der „Binnenlandsche Zending" tot de Kerk gadeslaan, zooals zij op vele plaatsen bestaat, dan schijnt zij mij soms toe wel wat te gelijken op een huisgezin, waarin door een samenloop van omstandigheden, hoofdzakelijk echter door eigen schuld, de vader ziek is geworden, zoodat hij noch voldoende in het onderhoud van zijn gezin kan voorzien, noch in alle opzichten voor de opvoeding zijner kinderen kan zorgdragen. Medelijdende buren vernemen dit en treden gevraagd of ongezocht de woning binnen, zien de voeding en opvoeding voor menigerlei verbetering vatbaar en tijgen aan het werk. Uit liefde niet slechts voor de kinderen, maar ook tot hulp van den vader worden nu huis en huisgezin geheel ingericht naar het goedvinden van eene commissie door de vVereeniging der mededelijdende huren" benoemd. — En inderdaad, het schijnt niet anders of deze strekt tot veelzijdigen zegen; ja, achter den rug des huisvaders wordt de opmerking gemaakt, dat de kinderen tegenwoordig gezonder er uitzien dan vroeger, knapper gekleed gaan, trouwer de Zondagsschool bezoeken, ja in het algemeen beter worden gevoed en „opgebracht" dan vroeger. — Slechts over ééne zaak klagen de leden der vereeniging, die door contributiën en onderlinge collecten toch zooveel moeite doen, ja, opzettelijk enkelen hunner,

Sluiten