Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelve verdeeld en verbrokkeld was zij machteloos de verstoorde eenheid te herstellen. Noemden wij de inwendige zending een verblijdend verschijnsel, al zocht zij haar middenpunt niet in de kerk en al draagt zij oppervlakkig het karakter van de ontbinding der kerk te zullen bespoedigen, de tijd zal aanwijzen of de nieuwe levensvorm waarin zij optreedt aan de kerk den genadeslag zal geven, of voor haar een nieuwe levenskiem zal zijn, die tot haar herstel zal bijdragen. Voor kerkherstel zal altijd de sleutel moeten gezocht worden bij de gemeente en voor gemeenteherstel is de inwendige zending het krachtigst hulpmiddeb"

Welnu, ik vrees dat de „inwendige zending", gelijk zij thans bestaat, inderdaad druk bezig is, zij het onbewust, de ontbinding der kerk te bespoedigen en haar den genadeslag voor te bereiden, al is het evenzeer waar, dat het „Kerkherstel" veel nauwer met het vraagstuk der „inwendige zending" samenhangt, dan dikwijls vermoed wordt. Laat mij tot bewijs van dit tweetal stellingen allereerst herinneren aan de oorzaken, die tot de bestaande kerkelijke ellende moeten hebben geleid, waarbij ik niet slechts het oog heb op de ketterijen, die in menige plaatselijke kerk welig en ongehinderd zich verbreiden, de schaarschheid aan waarachtige bekeering en het lage peil van geestelijk leven, maar evenzeer op de scheiding tusschen zonen van hetzelfde huis, welke immers van weerszijden tot zelfonderzoek en verootmoediging moet drijven; ja ook heb ik het oog op het voor alle kinderen Gods in Nederland smartelijk en beschuldigend feit, dat de kerken, waarin zij verkeeren, als door een Babel van Boomsch bijgeloof en openbaar ongeloof omringd zijn, terwijl zij zeiven maar al te weinig invloed op die omgeving uitoefenen. Gaan wij nu na, wat de oorzaken van dergelijken toestand tijdens het bestaan der schaduwkerk van Israël was, dan zou men kortelijk kunnen antwoorden: afgoderij en onbarmhartigheid, en dus zonden tegen de le en 2e tafel der wet. Men leze daartoe eerst de bizondere wetten in Exodus 21, 22, 23 enz. en daarna de boetpredikatie in Jesaja 58 : 1—10, Jeremia 5 : 19—31, Micha 6 : 10—16, Zacharia 7 : 9—14, Maleachi 3 : 5—10 en evenzoo in het Nieuwe Testament Mattheus 23 en Lukas 11 : 39—52.

Dat nu onze vaderen en wij zondigden tegen de le tafel der wet, wordt menigmaal erkend en in zooverre bedacht, dat eerst na het „heiligen van den Naam des Heeren" de „komst van Zijn koninkrijk" verwacht mag worden en alzoo weder de oude beproefde

Sluiten