Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambten; 4o. bet verschil der richtingen eindelijk in de kerk dreef de „inwendige zending" tot zelfstandig optreden.

Ziedaar in de beide laatste redenen de schuld bij de „kerk," in de beide eersten bij de optredende „binnenlandsche zending" gezocht; of, om op de straks genoemde parabel terug te komen, de verwaarloozing van het gezin was oorspronkelijk in hoofdzaak de schuld des huisvaders en tevens was het aanbrengen van hulp van buiten af alleszins begrijpelijk. Alleen kwam die hulp niet tijdig genoeg of liever werd niet op de juiste plaats allereerst aangewend. Ware men toch reeds vroeger waarschuwend en later verzorgend opgetreden tegenover den huisvader, veel ellende ware voorkomen, tal van latere maatregelen overbodig geworden. En zoo ook, hadden de mannen van het Réveil meer gevoeld, hoe door de schuld van henzelven en hunne vaderen de „Kerk" aldus krank, werkeloos, versteend was en ware de doorbreking des Heiligen Geestes in de dorre doodsbeenderen of ook de beweging in de bijna verstijfde ledematen en de hanteering der verroeste werktuigen — ontwikkeling der ambten en toepassing der sleutelmacht — van den Heere afgesmeekt, de Christelijke philanthropie ware wellicht thans niet als vondeling opgenomen, groot gebracht en „ouderloos, zelfs zonder vasten naam" in menig opzicht beklagenswaard.

Maar welke zijn toch de nadeelen aan den tegenwoordigen toestand der binnenlandsche zending verbonden? vraagt reeds misschien menig ongeduldig lezer of lezeres, contribuant, bestuurslid, zoo niet zelfs arbeider of arbeidster van een der vele Christelijke vereenigingen, stichtingen of inrichtingen.

Laat mij, alvorens tot beantwoording van deze vraag over te gaan, nog opmerken, dat bedoelde nadeelen vooreerst ten deele zoowel de buiten- als binnenlandsche zending aankleven, vervolgens niet allen aan elk der onderscheiden takken der laatste werkzaamheid zijn te bespeuren, eindelijk slechts gedeeltelijk alleen gevolgen zijn van het zoogenoemd zelfstandig optreden der zending tegenover de gemeente.

Wél is dit laatste het geval bij het eerste euvel dat wij op het gebied der binnenlandsche zending waarnemen: de wijze," waarop men het geld tracht te verkrijgen en de ontvangsten bekend maakt.

Het kan vreemd schijnen, dat juist dit punt vooraan wordt geplaatst, zelfs reeds dat het in aanmerking komt; en toch geldt het

Sluiten