Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Denk aan Job, wiens vrienden later moesten hooren, dat hij rechtvaardigèr Was dan zij en zijn gebed hen moest verzoenen. En in Jesaja 53 belijdt de Gemeente, dat ze Hem, van wien Job slechts een schaduwbeeld was, om zijne diepe verbrijzeling, als een verworpene had geacht — en nu vlucht ze met diepe beschaming tot haar Redder, die zelf ook in Lukas 13:2, 4 en Joh. 9:3. vooral Matth. 7:22, 23, Mark. 13:22 en Lukas 13:26, 27 die valsche resultatenleer op de kaak stelt.

Gemakshalve en ook omdat ze aanziet, wat voor oogen is (de Heere ziet het hart aan!) blijft de wereld naar resultaten jagen liever dan de beginselen te keuren en tot maatstaf te nemen. Én, helaas! menig Christen volgt de wereld zoo gaarne daarin na, ook op het gebied der zending. Juist het gemis van verband met de gemeente moet toch deze woekerplant weliger doen tieren. Immers middellgker wijze afhankelijk van gaven en steun van buiten, omdat het bestaan anders bedreigd schijnt, laat men zich allicht drijven vooral die „gunstige resultaten" op den voorgrond te plaatsen, te doen schitteren, en zij, die buiten staan, maken daarvan dikwjjls hun medewerking afhankelijk. Hoe onjuist, maar tevens hoe gevaarlijk dit is, blijkt ook, afgescheiden van hetgeen de Schrift leert, uit de ervaring. Onjuist; want indien b.v het samenvloeien van giften, de uitbreiding van gestichten, toeneming van het aantal verpleegden bewijs van Gods zegen is, die er op eene instelling rust, laat dan de Roomsche Kerk met hare kloosters en stichtingen van allerlei aard beslag op onze belangstelling en gaven leggen. Zoekt ge het „gunstige resultaat" in bekeeringen, in „nuttige leden der maatschappij", of in den geest, die het gesticht bezielt, laten dan waarschuwend voor onze gedachten verrijzen de beelden van zoovele leeraars en directeuren in 't buiten- maar helaas! ook in 't binnenland, die juist soms in of kort na een tijdperk van schijnbaar geestelijken invloed en uitwendigen bloei plotseling van de hoogte, waarop zij bewonderd, zoo niet bijna vereerd werden, „als in een oogenblik tot verwoesting worden, een einde nemen, te niet worden van verschrikkingen" (Psalm 73 : 19)! Trouwens, niemand minder dan de geestelijke vader der Binnenlandsche Zending in Nederland O. G. Heldring,heeft in antwoord op die vraag omtrent „gunstige resultaten" geantwoord: „Men wenschte liefst, dat ik daarop met cijfers of getallen zoude antwoorden, maar ik deed het nooit, omdat daarbij alleen wordt afgegaan op het uiterlijke, dat slechts tijdelijk is. Het oog ziet niet meer dan het heden, zelfs de dag van morgen is ver-

Sluiten