Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluierd en hoe zouden wij dan het einde kunnen weten? Is het misschien omdat die cijfers en statistieke opgaven eenige geruststelling geven ? Ach! wat beteekenën zij voor het koningrjjk Gods, voor den .Rechter der wereld in den morgen der Eeuwigheid ? Niets! waarlijk niets!" En dan volgt in Heldrings „Leven en Arbeid" blz. 270 een boetrede op den man af, een bewijs tot hoe onbillijke beoordeeling de „resultatenleer" leidt, een aanwijzing van „het hemelsbreed verschil , tusschen de resultaten, die men van ons verwacht en de resultaten, die door ons geëischt worden".

Hiermede wordt natuurlijk niet ontkend, dat tot roem van Gods genade Zijne leiding met eene stichting mag verhaald worden; maar uitwendige „resultaten" alléén mogen geen maatstaf voor af- of goedkeuring zijn. Vooral ook, omdat „gunstige resultaten" dikwijls gevolg zijn van oorzaken, die buiten, soms zelfs ondanks het beginsel, dat het overige drijft, bestaan. Daarenboven deze leer is gevaarlijk. Vooreerst doorsnijdt zij den wortel, waaruit alle plante Gods in den wijngaard van Christus alleen leven kan en mag: het geloof. — Ziet ge op de uitkomsten, de zichtbare resultaten en ontleent ge daaraan kracht, dan worden Gods eigen gaven afgoden, zinkt uw fondament, Christus' gerechtigheid alléén, weg. Wie zelf als levend lidmaat van Christus in ambt of stichting staat, gevoelt dit en weet maar al te goed, dat zoodra hij op Simsons naam en daden gaat vertrouwen en Simsons haren, geloof en gebed, doorgesneden worden, zijne kracht zwakheid wordt en slechts schaduw van het wezen. Maar de „jacht op resultaten" geschiedt dan ook boven al van buitenaf, al werkt ze niettemin verlammend op hen, die daar binnen arbeiden. — Daarenboven, gelijk meer geschiedt op de jacht, men jaagt zijn doel voorbij: de schoonste resultaten gaan verloren, worden niet eens opgemerkt. Stel, eene stichting ziet velen, die gered schenen, terugzinken en worstelt met geldelijken nood, al is het beginsel zuiver en het doel uitnemend; maar onder dit alles worden directie of mede-arbeiders in dezen smeltkroes gezuiverd van eigendunk, eigen gerechtigheid, eigen kracht en zij zeiven blijken de voorwerpen van Gods ontferming allermeest te zijn in het gesticht of de vereeniging door henzelven tot redding van anderen opgericht. Is dat geen heerlijk „resultaat", ook al liept gij het voorbij? Of wèl: een gesticht, dat schatten naar zich toe trok, honderden uit plaatsgebrek moest afwijzen en daarom van een huis eene kolonie, van eene kolonie eene buurt, van eene buurt een dorp werd met alle winkels en

Sluiten