Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkplaatsen, welke men in een gewoon dorp vindt, zulk een gesticht, dat zijne verpleegden later als „nuttige leden der maatschappij", zoo niet zelfs als belijders van Jezus Naam ziet vertrekken, boogt in het oog van wereld en Christenvolk beide allicht op de „gunstigste resultaten". Maar stel wederom, dat het geld allengs schaarscher begon te vloeien, de aantrekkingskracht van het gesticht minder werd, het dorp weder tot buurt, de buurt weder tot kolonie en de kolonie tot het stamhuis des stichters inkromp, omdat allerwege het gesticht tot getuigenis geworden was, om ieder in eigen kring, door dezelfde geloofskracht, niet dezelfde liefde, door even groote offervaardigheid gesteund, de handen aan het werk te doen slaan om plaatselijk te arbeiden. Zou dit resultaat niet veel heerlijker zijn, ja het einddoel, waarnaar elk dergelijk gesticht moet streven — zich zeiven stelselmatig overbodig te maken, „an ihrer Selbstauflösung arbeiten", gelijk de baanbreker der „Innere Mission" in Duitschland, Wichern (Die Innere Mission der deutschen evangelischen Kirche S. 17) het noemt. En toch de resultatenjacht, die vooral op het zichtbare, aanwezige, schitterende ziet, streeft zoo, licht het hoogste doel voorbij.

Daarbij komt, dat zij juist dat ongeduld, die koortsachtigheid, maar ook dat kleingeloof verwekt, welke zoo gevaarlijk voor het geestelijk leven zijn, ook in gestichten en vereenigingen. — Den Voorzitter eener Christelijke inrichting hoorde ik eens eigenaardig het hier bedoelde euvel vergelijken met de nieuwsgierigheid van een klein kind, dat, na een graankorrel gezaaid te hebben, telkens de aarde even voorzichtig omwoelde, om te zien of er al kiem en wortel en stengel verscheen. Het zag spoediger „resultaat", maar bedierf daarmede tevens het leven der plant.

Vooral gevaarlijk is die leer dan ook voor die stichtingen en vereenigingen, welke schijnbaar geen „gunstige resultaten" vertoonen. Er komt geen geld genoeg, er doen zich geen hulpbehoevenden op, de arbeid schijnt met onvruchtbaarheid geslagen. „Ziet ge wel, dat het geen werk Gods is", fluistert Satan aan Commissie, Directie of Contribuanten in het oor; en toch men vergeet, dat ook een ledig Doorgangshuis reeds getuigenis aflegt tegen gevallenen, die het voorbij loopen, dat verlatenheid van de menschen soms de weg is, om meer van den Heere alléén alles te verwachten, en dat de vruchten soms later komen of gansch andere zijn, dan die gij allereerst verwacht.

Ongetwijfeld hebben „ongunstige resultaten" altijd veel te zeggen

Sluiten