Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenlandsche Zending, verplicht worden plaatselijk en volhardend te doen, wat thans slechts aan enkelen hunner vergund is: het licht van Gods Woord op de wortelen en bronnen der maatschappelijke ellenden te doen vallen, tot een getuigenis dat middellijk ook reddend werkt, reeds omdat men „het schoonschijnend masker afrukt, de valsche rust der ziel schudt en het hart tot vragen brengt, die gewis zeer moeielijk voor de regtbank van een teeder geweten te beantwoorden zijn".

Op hun voetspoor zullen dan ook allicht andere, in de eerste plaats de Directeuren en Besturen van gestichten zeiven, treden, en alzoo den eisch vervullen, die door den Redacteur van dit Tijdschrift bepaaldelijk reeds aan de Weesinrichtingen, tegenover de „Diakoniën" gesteld is in „Bouwsteenen" I blz. 25: „Zij blijven, zoolang zij daar staan, tot een getuigenis tegen elke diakonie, die haar plicht verzaakt. Maar dan kome dat getuigenis ook openlijk aan het licht; men bedekke niet met den mantel eener vreesachtige liefde, wat geopenbaard moet worden; men brenge den diakoniën, die in dezen schuldig zijn, eerst in 't verborgen en zoo dat niet baat, openlijk hare plichten onder 't oog. Volgens deze methode, zullen met de oorzaken ook de gevolgen ophouden en zal dé inwendige zending toonen, dat het haar waarlijk ernst is als dienstdoend liefdewerk zichzelf te verloochenen, of aan haar eigen opheffing te arbeiden."

Nog altijd had ik in het bovenstaande het oog op de nadeelen, waaronder de Binnenlandsche Zending zelve tegenwoordig gebukt gaat, ten gevolge van de scheiding tusschen haar en de Kerk. Zoover noodig, na het opgemerkte, zullen enkele woorden voldoende zijn, om deze gedachte ook nog door te trekken tot de personen, die zeiven in den arbeid zich bewegen, en de hulpbehoevenden, die door hen of haar verzorgd worden.

Tot de arbeiders en arbeidsters worden thans niet gerekend het groot aantal dergenen, die door belangstelling, gaven en gebed meer zijdelings werkzaam zijn om de Binnenlandsche Zending te steunen. Evenmin bedoel ik diegenen, welke, zonder tot eene bepaalde vereeniging, instelling of stichting over te gaan of in verband te staan, in eigen kring of buurt, vooral in eigen huis, „alles, wat hunne hand vindt om te doen, doen met hunne inagt" (Pred. 9 : 10). — Indien dit door ieder wat meer geschiedde, in de kracht des Heeren alléén, gedreven door barm-

BOVTWSTEENEN III. g

Sluiten