Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigingen de behoefte en verplichting het ambtelijk karakter aan Directeurs of Directrices op dergelijke of andere wijze door „inleiding", „bevestiging" te verleenen. Thans geschiedt dit door enkele Predikanten of door eene Commissie, die zich opwierp; soms door den predikant alleen; hoe geheel anders zou dit kunnen zijn, indien dit geschiedde, gelijk Dr. Merens het in dit Tijdschrift I : 276, 277 beschreef omtrent de Amsterdamsche Diakonessen in de 17e en 18e Eeuw.

Maar ook de personen, om wie het ten slotte te doen is, de hulpbehoevenden, lijden onder den tegenwoordigen toestand, nu niet slechts de diakonie een mededinger heeft in het burgerlijk armbestuur maar ook in wijkvereenigingen en andere instellingen van Binnenlandsche Zending.

In hoeverre dit het crediet en aanzien der diakonie ondermijnt en reeds daarom alleen gevaarlijk is, worde straks nader aangestipt. Nu zij slechts herinnerd, hoe onder al die zorg de nooddruftigen in gevaar komen öf ten slotte ganschelijk ontbloot te worden öf, wat soms erger is, — te veel hulp te ontvangen. Beide gevaren zijn allergeestigst door Heldring aangetoond in de parabel over de armenverzorging, vroeger medegedeeld in zijne „Levenservaringen" blz. 16—18 thans ook in „Leven en Arbeid" blz. 44—46 te vinden: de kippen, wier verzorging door ieder der huisgenooten op zich wordt genomen, ontvangen ten slotte, omdat er geen aanstelling of samenwerking is, beurtelings te veel of — niets; deze toepassing wordt er aan vastgeknoopt: „Waar allen zorgen, wordt de zorg het bederf der armen. Waar ieder zijn gang gaat, geen notitie nemende van hetgeen anderen doen, is de ongeregelde en overtollige voeding oorzaak, dat de gansche massa verdorven wordt."

Welnu, vooral overtollige voeding is soms nog erger dan tijdelijk gebrek, gelijk meer menschen ook ziek worden van te veel, dan van te weinig eten. Waar Binnenlandsche Zending en Diakonie niet in verband staan, gaat tevens de deur open voor allerlei bedrog, verdenking en overbodigen arbeid, welke door verstandhouding en ruggespraak, door eenheid van organisme voorkomen konden worden

Dit brengt ons nog verder tot het zedelijk nadeel, wat aan de verpleegden der Binnenlandsche Zending berokkend wordt. Gelijk toch bekend is, wordt dikwijls in de bedeeling door de diakonie, in welken vorm ook, eene soort van vernedering gevonden door

Sluiten