Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenschehjkheid van een nauwer verband tusschen Kerk en Binnenlandsche Zending gebleken. Genoemd werden: wat het uitwendig karakter van dezen arbeid betreft, ±o de wijze van verzameling en publiceering der noodige gelden, 2» gemis aan een sympathetischen kring, in welks midden de stichtingen leven 3» de resultatenleer en 4° de botsing tusschen de verschillende instellingen onderling; vervolgens wat het inwendig wezen der Binnenlandsche Zendmg betreft: 1° de voorliefde voor slechts een deel van den noodzakelijken arbeid, 2° het gemis aan getuigend karakter; 3" de nadeelen, die uit de scheiding voortspruiten voor de arbeiders zeiven zoowel als voor de hulpbehoevenden.

Toch mag al het bovenstaande nog niet de hoofdreden zijn, waarom de wenschelijkheid van dat nauwer verband tusschen kerk (de in kerkelijk verband georganiseerde plaatselijke gemeente) en zending bepleit moet worden. Men vergete toch niet, dat nog andere oorzaken dan het gemis aan dit verband die nadeelen in het leven riepen Daarenboven verscheidene der bedoelde nadeelen werden, helaas! reeds gekweekt in de kerken zeiven en slechts sterker bevorderd door de overspannen atmosfeer, waarin de „Binnenl. Zending" dikwijls levenskracht zoekt. Verder is het mogelijk, dat weder andere nadeelen uit het bedoeld verband zouden voortvloeien ook al zouden zij vermoedelijk niet van zulke verderfelijke strekking zijn. Eindelijk nog zou de wensch, zoo niet zelfs de onderstelling kunnen gedaan worden, dat allengs bij het hcht des Heiligen Geestes, door Christus op Woord en arbeid stralend en tot zelf- en Schriftonderzoek nopend, veel van het gezegde, zij het dan ook aanvankelijk in slechts enkele stichtingen, tot kleinere afmetingen werd teruggebracht. Vermoedelijk zou zonder nader verband met de kerk, dit doel bij 2 en 4 der le reeks en 1 en 3 der 2« reeks van nadeelen moeielijk geheel bereikt worden; maar ook al leden allengs de Binnenlandsche Zending en de aan hare zorg toevertrouwden minder van deze nadeelen, al ware ze daarom met schuldig voor den Heere onzen God en al kwamen er nog geen andere bezwaren bij, die in eigen belang en om Gods eere tot inkeer noopten dan nog zoude men geen andere toestand bekomen hebben dan die, welke in de parabel hierboven beschreven werddat het huisgezin uitnemend verzorgd werd en de „Vereeniging der medelijdende buren" alleszins ijverig bezig was, maar - ten koste van den huisvader, in dit geval der kerk zelve Er zijn m onze dagen, die het waarlijk nog niet zulk een groote

Sluiten