Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook hierin het Roomsche spoor eenigszins volgend, den nadruk meer op het geestelijk dan het lichamelijk redden legt. Men achtte terecht het eerste hooger dan het laatste, maar vergat, dat Christus en Zijn apostelen zeiven volstrekt niet altijd genezing en schuldvergiffenis deden samengaan of zelfs het eerste gebruikte als middel tot het laatste. Zoowel de reeds in den tijd der apostelen wenschelijke verdeeling van arbeid werd over het hoofd gezien, als het spoor gebaand tot eene overgeestelijke, ongezonde behandeling der eÜendigen en armen. Van het laatste was het gevolg, dat dikwijls meer tegenzin dan verkwikking, geveinsdheid dan oprechtheid, ingebeelde dan ware genade gekweekt werd, ook door de verscheidenheid van geestelijk prikkelende middelen, welke allengs op en om het gebied der Binnenlandsche Zending uitgevonden en uitgereikt, zoo niet opgedrongen werden.

Belangrijker voor ons doel is echter thans na te gaan, welke de gevolgen waren van de veronachtzaming der verdeeling van den arbeid tusschen de verschillende ambten. Waar men het hoofddoel in het geestelijk redden zocht, sloeg de Binnenlandsche Zending, om krachten hiervoor te verkrijgen, alras één van twee wegen in: men verbond een Evangelist aan den arbeid óf vroeg de medewerking van één zoo niet meer Predikanten, zoo niet reeds Evangelist of Predikant zelf overeenkomstig het op p. 15 aangewezen spoor het iniatief tot de stichting had genomen. — Werd nu aan een Evangelist de herderlijke zorg opgedragen — en dit geschiedde niet alleen in die plaatsen, alwaar een „niet-orthodox" Predikant stond, — zoo werkte dit minder bedervend op den Predikant, dan op de personen, over wie de zorg ging in zoover deze allengs op dezelfde wijze vervreemd werden van de Kerk, als de opneming in een gesticht de banden met familie , burgerlijke en kerkelijke gemeente (zie blz 34) maar al te los dikwijls maakt. In het verslag van een Evangelisatie, nog wel te Amsterdam, komt deze zinsnede voor: „Zoowel de herstelde zieken, als de moeders na hare bevalling doen gewoonlijk hun eersten „kerkgang" naar het lokaal, en brengen daar aan God den dank des harten." Ziedaar slechts een klein staaltje van hetgeen de „vervreemding van de Kerk" kan worden genoemd. Zelden vindt men in een verslag pogingen vermeld om tegen dit euvel te strijden; wèl daarentegen worden dergelijke gevolgen van den Evangelistenarbeid naïef, soms zélfs met ophef, vermeld.

Bedervend op de Predikanten werkte de Binnenlandsche Zending

Sluiten