Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst, toen zij de bedoelde geestelijke zorg aan dezen, soms zelfs met behoud van Evangelisten, opdroeg, al scheen dit ook in haar eigen belang geraden. Op deze wijze toch werden drie voordeden verkregen. Allereerst een finantiëel: men spaarde het tractement van een Evangelist uit; in de tweede plaats wordt een Predikant gewoonlijk hooger gesteld dan een Evangelist en meende men aldus ook het geestelijk welzijn der stichting te bevorderen; in de derde plaats gaf de naam van een plaatselijk goed bekend Predikant eene aanbeveling aan de stichting, waarvoor hij optrad, ja hij zelf achtte zich verplicht althans ook zedelijk deze te steunen.

Deze methode nu kan, dunkt mij, bedervend op het Predikantsambt werken. Voorop ga intusschen de herinnering of belijdenis, naar men wil, dat wij Predikanten maar al te dikwijls geneigd zijn te zondigen tegen het gebod: „een iegelijk blijve in die beroeping, waarin hij geroepen is," over welken tekst een uitnemend vertoog o. a. te lezen is in Perkin's werken (Amsterdam 1663) deel III blz. 265—299. Het clericalisme, dat ons op het gebied der Belijdenis in strijd bracht met 2 Cor. I : 24 en onze individuëele opvattingen en leerstellingen deed in plaats schuiven van de leer der kerk, dreef ons zoo licht op practisch gebied tot een „gebruik, ingevoerd naar de geboden en leeringen der menschen, welke wel hebben eene schijnrede van wijsheid in eigenwillige Godsdienst, en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in eenige waarde, maar tot verzading des vleesches" (Col. 2 : 22 en 23). Deze „eigenwillige Godsdienst" werd bevorderd aan de ééne zijde door de tuchteloosheid, waaronder wij zeiven niet minder dan de gemeente lijden, door het plichtverzuim der ouderlingen, en aan de andere zijde door den arbeid, dien de Heere op kerkelijk gebied voor ons Predikanten vooral noodig acht, dien wij nu liever echter afschudden of ontduiken, om onze „private liefhebberij" te volgen. — Op dien weg ontmoet ons nu de Binnenlansche Zending met open armen en nu kiest menigeen alras één dezer beide gedragslijnen. De ijverigsten stellen voorop, dat hun eigenlijke taak, waartoe zij zijn beroepen, niet mag verzuimd worden, en zoo blijven prediking, catechisatie en ziekenbezoek maar ook kerkeraadsvergaderingen en huisbezoek op den vóórgrond staan. Intusschen de Binnenl. Zending met hare vaste bijbellezingen, vergaderingen, bezoektijden enz. legt op den besten tijd soms beslag, zoodat dit drukkend op het overige wérkt en daarenboven ontstaat nu allicht het euvel, dat het ambt niet langer ons draagt,

Sluiten