Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in naam, haar de kroon van het hoofd gerukt, en in art. 2 worden onder de „instellingen van weldadigheid, die armenverzorging ten doel hebben", bovenaan gesteld a. Staats-, provinciale of gemeente-instellingen, door de burgerlijke overheid geregeld en van harentwege bestuurd;" en eerst daarna: J>. de instellingen eener kerkelijke gemeente". Toch was het niet alleen dit openlijk uitgereikt, „bewijs van onvermogen", dat onze diakonieën grieven moest. De wet ging nog verder en hief in zekeren zin — de zelfstandigheid der diakonieën op; zij, eens de moeder, ook der overheid, werd thans door haar eigen kind — onder curateele gesteld (zie art. 7, 10—13 enz. der Wet) en dit vooral riep eene geweldige beweging in de natie te voorschijn. En het Réveil... sliep; of liever onder hen, die waakten, stond weder vooraan Wormser, die in een prachtig artikel in „de Nederlander" het gevaar aanwees, maar ook tevens hoe de diakonieën zeiven anders moesten worden, zou de tuchtroede overbodig kunnen* zijn ')• Intusschen het ontwerp werd wet; en nu, 30 jaar later, wie gevoelt nog iets van de versmaadheid, die over onze diakonieën kwam?

Toch was het toen slechts de gevoellooze, ongeloovige, „alvermogende" staat, die haar ondermijnde. Smartelijker echter is het, dat thans allengs ook de „Binnenlandsche Zending" dat sloopingswerk voortzet. Want zij draagt juist den Christennaam. Intusschen niet uit wreedheid, veeleer uit barmhartigheid ontstonden voorzeker al die Stichtingen, Vereenigingen enz. Maar wat was het gevolg? Waar een Wijkvereeniging openlijk optreedt, en ook armenverzorging ter hand neemt, daar wordt feitelijk verklaard: de diakonie schiet hier te kort; en waar juist voor diakenen bovenal mannen niet slechts vol des Heiligen Geestes en barmhartigheid, maar ook met beschikbaren tijd en 'menschenkennis vereischt worden, gaan dezulken zich niet voor dit ambt aanbieden, maar liever buiten kerkelijk verband, aldus het kerkelijk ambt ondermijnen. Op dergelijke wijze worden thans met sterke zuigkracht naar weesinrichtingen en vereenigingen tot uitbesteding in allerlei oorden des lands, de weezen uit hunne woonplaatsen weggetrokken en daarmede openlijk een brevet van onbarmhartigheid aan onze diakonie uitgereikt; brengt dit haar niet in discrediet, ook al mag het verdiend loon zijn; maar waarom in dit geval dan niet liever plaatselijk tot herstel der diakonieën gewerkt? Schatten, duizenden en

1) Brieven van J. A. Wormser, I p. 257—259.

Sluiten