Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenken, aan een vereeniging voor wier werk hij waarlijk sympathie gevoelt, het totaal of gedeeltelijk bedrag zijner verschillende bijdragen geeft, dan zoude zoo iemand èn om zijn belangstelling in de Vereeniging èn om de vruchten van zijn weldadigheid te zien, haar een veel werkzamer en degelijker steun geven, dan dit thans helaas! maar al te vaak het geval is."

Met deze zinsnede intusschen betreed ik een gebied, dat eigenlijk buiten het bestek van dit opstel ligt. Hoofddoel was thans slechts het vraagstuk op nieuw aan de orde te stellen en ernstig allen, zoowel Predikanten en Diakenen als arbeiders en contribuanten van Stichtingen van Binnenlandsche Zending de vraag voor te leggen: wat is in de gemaakte opmerkingen waar, wat onjuist, wat moet er aan worden toegevoegd? Slechts noode weerhield ik mij enkele punten breeder uit te werken. Evenmin bracht ik opzettelijk andere ter sprake, die door sommigen als grooter gevaren der Binnenl. Zending terecht zouden genoemd zijn.

Ten slotte twee opmerkingen. De eerste is deze: men leide uit de voorafgaande bladzijden niet af, dat ik van eene kunstmatige, gedwongen , geestelooze overdracht van allen arbeid aan kerkelijke lichamen de redding onzer maatschappelijke ellenden, de wederopleving der barmhartigheid verwacht. God de Heere alleen kan in het ingezonken, verwrongen lichaam onzer kerken door den Heiligen Geest, in Christus, de liefde ook tot den naaste verwekken. Wie herstel alleen van de middelen verwacht, pleegt reeds afgoderij. (Jeremia 17 : 5). Maar even waar is het, dat bovenal in de kerk „alle dingen eerlijk en met orde moeten geschieden," (1 Cor. 14: 40) en daarom weder de door God zelf in kerk, maatschappij en huisgezin nedergelegde grondlijnen moeten worden opgezocht, om daarnaar allen arbeid ook van diakonie en gemeente in te richten.

En de tweede opmerking of liever bede zij dan ook: Moge dit opstel gelezen worden met die deernis over onze diep gezonken kerken en diakonieën, waarmede het besef van de solidariteit onzer schuld gepaard gaat; en tevens uit barmhartigheid over de kerk (de moeder), over de „Inwendige Zending" (het kind) aan herstel en vereeniging van beide geen onzer wanhopen; veeleer ieder in Jezus naam, door den Heiligen Geest, naar Zijn Woord daartoe arbeiden ! — Dat geve God Almachtig! Schaarsbergen , 19 Februari 1884.

Sluiten