Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nakomelingen zwaren arbeid als straf zou hebben te verrichten: „in 't zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten;" èn nopens de vrouw en haar geslacht, dat zij met veel ziekten en lijdens zou te worstelen hebben: „Ik zal zeer vermenigvuldigen uwe smart, namelijk uwer dragt, met smart zult gij kinderen baren", enz. (Gen. 3 : 16—19), — zeer zwaar moest straften? Voorwaar, dit geeft een klaarblijkelijk bewijs van Gods heiligheid en rechtvaardigheid. Zoo moest dus de Heere door deze eigenschappen gedreven, zijne menschenkinderen straffen. Evenwel bleef Hij goederlieren, liefderijk en genadig, zooals we zien in de Messiaansche voorspelling, die verlossing aankondigde: „Ik zal vijandschap zetten tusschen u en tusschen deze vrouw, tusschen uw zaad en tusschen haar zaad, datzeive zaad zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen." Gen. 3 : 15.

Heerlijke profetie! hoe geeft ze niet aangenaam en heerlijk te kennen het verlossings- en heilsplan der Goddelijke Openbaring, ten einde eenmaal uit het geslacht der vrouw een persoon te doen geboren worden, die den kop van de slang of van den duivel zou vermorzelen of verbreken, zijne macht zou fnuiken, al zou 't ook zijn dat hij — Satan — hem de verzenen zou vermorzelen of een kleine wond toebrengen, wanneer de Messias zichzelf tot zonde zou maken, — daar Hij heilig was — om het zondig menschdom — namelijk die in Hem zouden gelooven — met God Zijnen Vader te verzoenen. De heilbeloften van deze glorierijke komst

Sluiten