Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien, maar de toorn Gods blijft op hem." (Joh. 3 : 36.) Maar wij hooren reeds de aanmerking maken: „Ha! dat is 't wat wij bedoelen, dezulken heeft God alleen uitverkoren, die in Hem zouden gelooven; dit was de wil van God om de zoodanigen die in dit geloof en de geloofsgehoorzaamheid zouden blijven en volharden zalig te maken. Kortom, dit stellen we vast, als het volkomen besluit der verkiezing tot zaligheid, en dat er niets anders van dit besluit in Gods Woord geopenbaard is. Wij gelooven zekerlijk dat die Goddelijke verkiezing ten eeuwigen leven velerlei is, de eene algemeen en onbepaald, de ander bijzonder en bepaald, en deze wederom of onvolkomen of onherroepelijk, beslissende of volstrekt. Alsmede dat er eene andere verkiezing is tot het geloof, en eene andere tot de zaligheid; zoodat de verkiezing tot het rechtvaardigende geloof zijn kan zonder de beslissende verkiezing tot zaligheid. Ook gelooven we zeker, dat in de verkiezing tot het geloof deze voorwaarde vooral vereischt wordt, dat de mensch een recht gebruik make van 't licht der natuur, vroom, klein, nederig en tot het eeuwige leven geschikt zij."

Evenwel gijl. die dus. spreekt, weet ge dan niet, en op uwe wijze theologisérende diendet gij dit te weten! dat de Heere Jezus in het Hoogepriesterlijk gebed konde bidden: „Ik heb uwen naam geopenbaard den menschen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt." (Joh. 17 : 6a.) Bemerken we hieruit niet, dat God de Vader juist zoo velen als Hij in Zijnen eeuwigen raad had uitverkoren, aan Zijnen

Sluiten