Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onvergankelijken raad uit enkele goedertierenheid uitverkoren heeft in Christus Jezus onzen Heere, zonder eenige aanmerking hunner werken. Rechtvaardig, door dien Hij de anderen laat in hunnen val en verderf, waarin zij zich zeiven geworpen hebben." Art. XVI.

Om nu dit leerstuk der Praedeslinatie of der Verkiezing en Verwerping, Godonteerend en afschuwelijk te heeten, is geheel en al zondig en vermetel.

Immers wie der menschenkinderen durft zich in de plaats te stellen van den vrij machtigen God en Schepper! Wat is een broos Adam's kind, om het beter te willen weten dan Hij, die allen kan wegblazen als dun stof. Indien men vast wil houden aan de Bijbelleer als het eeuwig Woord van God, dan vragen wij, of de Heere Jezus in al zijne liefde en erbarming om zondaren op te zoeken die verloren waren, — om te behouden allen die de straf — eeuwige straf verdiend hadden, — om te openen de oogen der blinden, — om levend te maken alle zielen die dood waren door de zonden en de misdaden, — niet van Zijns Vaders vrijmacht getuigenis heeft afgelegd? Denken we eens aan de veel beteekenende gelijkenis van de arbeiders in den wijngaard. (Matth. 20). Gaf Hij niet te kennen, hoe de heer des huizes aan de arbeiders die hij gehuurd had, — alhoewel zij ongelijk werk hadden verricht — nogtans een en dezelfde verdienste als loon uitdeelde? En werd er niet eveneens — als zoovele menschen thans, ten huidigen dage doen — gemurmureerd, zeggende: „deze laatsten hebben

Sluiten