Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, — al blijven er nog vaak vele struikelingen van onvolmaaktheid hem bij op zijnen levensweg. Zijn wandel is met God in den Geest der heiligmaking, gelijk als dit volkomen was met Jezus zijnen Heer en Zaligmaker. „Die krachtiglijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den geest der heiligmaking." Rom. 1 : 4. Door de gave van den H. Geest, den Heiligmaker, vliedt hij alles wat hem zou aftrekken van zijn allerheiligst geloof; want door de beloftenissen Gods, die een Vader in Chrisïus is geworden, wil hij als Zijn kind gehoorzaam zich betoonen om ijverig te zijn in goede werken, en godvruchtig voor zijn aangezicht in de vreeze Gods te wandelen. „Laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods." 2 Cor. 7:1.

Doch we hebben nog een derden trap in 't geestelijk leven te ontwikkelen. Heeft de zondige sterveling voornoemde twee trappen, welke wij behandeld hebben doorloopen, dan komt hij tot de levensquaestie van de dankbaarheid en uitverkiezing tot de zaligheid.

Als een nederig, geloovig en oprecht Christen wil hij zich dankbaar aan God den Vader en aan Christus Jezus zijn Verlosser toonen, wiens eigendom hij geworden is in leven en in sterven.

Dit bewezen ook de oude theologen in de dagen der Kerkhervorming, wanneer Ursinus en Olevianus in den beroemden Heidelbergschen Catechismus zich lieten hooren: „hoe ik God voor zulke verlossing

Sluiten