Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raad, als ook Ds. van Minnen van Utrecht, door wien de ledenvergadering werd geleid. Na eenige besprekingen werd door Ds. Gezelle Meerburg gezegd, dat de protesteerende leden met slimheid zaken op de classis hadden gebracht, en de classis zoodanig hadden misleid, en zulke donkere schaduwen op den kerkeraad hadden geworpen, dat het den kerkeraad zeer veel moeite kostte, de classis van het tegendeel te overtuigen.

„Hierop werd door P. J. van Garderen gezegd: de classis heeft zeer wijselijk besloten, de zaken eerst te onderzoeken en -daartoe een commissie naar Baarn afgevaardigd; en nu werd door Ds. van Minnen gezegd, in de volle vergadering: Br. ik kan u troosten, die commissie komt niet, en mag niet komen; dit is ongereformeerd. Zulks hoort in onze kerk niet thuis; de Herv. kerk, die zendt commissies, maar onze kerk niet. En dit werd door ZEerw. op zulk een toon gezegd, dat velen in de vergadering dansten en luide lachten.

„Verders ging Ds. van Minnen voort te betoogen het ongereformeerde van zulk een commissie, dus dat het niet moge. En daar van alle deze gezegden het tegendeel waarheid is, en ZEerw. daardoor eene smaad geworpen heeft op onze classicale besluiten en de handelingen onzer kerk in 't gemeen, en onze gemeente ten zeerste misleid heeft, zoo verzoeken de leden, dat zulks door Ds. van Minnen in onze gemeente worde herroepen met schuldbelijdenis.

Na het lezen van dien brief bleek, dat hij niet langs den goed kerkelijken weg ter verg. gekomen was. De voorz. lei hem ter zijde en sprak, dat men later op dien brief zou terugkomen. Ds. van Minnen drong er toen echter op aan, dat, eer men verder ging, de verg. zich zou uitspreken, of zij van hem geloofde wat in dien brief van hem werd gezegd. ZEerw. zeide, toen in die ledenvergadering te Baarn wel te hebben gezegd, dat die comm. niet zou-komen, en misschien ook wel: „daar kan ik u mee troosten," maar dat al het overige wat daarvan in dien brief werd vermeld, er bijgedaan en leugen was. De vijf broeders in de verg., die in die ledenverg. te Baarn waren geweest, Ds. H. B. Geuchies, Ds. A. H. Gezelle Meerburg, en de ouderlingen B. Hartog, Th. Dus en H. Brulleman bevestigden, op persoonlijke afvrage door den voorz., dat-het was, zooals Ds. van Minnen daar zoo

„Baarn, 16 Mei 1887

Namens vele leden der gemeente,

(get.) B. van Gardeken. „ K. Letter. „ P. J. van Garderen."

Sluiten