Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of onderzoek in te stellen is de comm. met de protesteerenden, die bij hun protest tegen de comm. bleven, tot de behandeling hunner zaak overgegaan.

"Wij vragen opnieuw: was dat goed gedaan van de comm.? Was het niet hard voor de protesteerenden om hen met de comm., tegen wie zij dat protest hadden ingediend en waaraan zij ook vasthielden, toch te doen handelen? Kon dat hen gunstig stemmen? Moest dat hen niet prikkelen?

En of het waar was, wat leden der prov. verg. van '87 hun hadden gezegd? Men oordeele.

De notulen der prov. verg. van 17 Mei '87 zeggen daarvan het volgende in art. 10:

„Een brief uit Baarn, onderteekend door Letter, B. van Garderen, P. J. van Garderen, wordt gelezen, waarin voorn, personen beschuldigingen' inbrengen tegen Ds. M. van Minnen over het door ZEerw. gesprokene in eene ledenvergadering der gemeente Baarn. Aangezien noch de kerkeraad van Baarn, noch de classis Amersfoort in kennis zijn gesteld met de beschuldigingen dezer personen, kan de verg. deze zaak hier niet behandelen, en wordt zij naar de respectieve kerkeraden teruggezonden.''

Tegen dit artikel echter gingen in de prov. vergadering van '88 stemmen op, voornamelijk omdat die brief, door de hiervoor vermelde ontkenning van zijn inhoud, wèl, en nog al uitvoerig ook, in behandeling was gekomen, en het art. daarom niet juist was. Hierop volgde geen, althans geen sterke, tegenspraak. Door de stemming over de notulen evenwel werd ook art. 10, zoo als het daar lag, door de meerderheid aangenomen. Één lid der verg. verzocht, om het genoemde, opname in de notulen dat hij het met art. 10 niet eens was.

Met de stemmen die opgingen komt ook overeen de klad-notule van den scriba der prov. verg. van '87. Art. 10 luidt daarin alzoo: „Art. 10. Een brief van B., onderteekend door Letter, B. van Garderen, P. J. van Garderen wordt gelezen, waarin voorn. br. Ds. M. v. M. beschuldigen op eene gemeenteverg. te B. smadelijk van de class. comm., die namens de classis A. naar B. moest, te hebben gesproken, en verzoeken dat ZEerw. door de verg. bevolen worde, pubüek in B. schuld te komen belijden. Uit de getuigenissen en besliste verklaringen der br. Geuchies, Gez. Meerburg, Brulleman, den Hartog, Dus blijkt dat, wat deze personen schrijven, leugen is, en wordt door de verg. eenparig dat erkent en Ds. v. M. van dien blaam vrijgesproken."

Komen we nu nog even, voor zoover wij daarover kunnen oordeelen, tot de gronden van veroordeeling der bewuste personen te Baarn door

Sluiten