Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der wereld overgehandigd worden—opdat, langs dien weg, "alle geslachten der aarde in Abraham gezegend zouden worden."

Was de Wet dan voor Israël, Israël was daarmede voorde wereld bestemd. Proselieten kwamen daarom ook met Israël onder dezelfde bepalingen. En waar ook de Wet haar stem kon laten hooren, overal vond ze in het menschelijke wezen een bestaande basis voor al hare bevelen—en daarom ook voor den Sabbat en de Sabbats-wet. Noodwendig moest de Sabbat dus een wijdere bestemming hebben, dan Israël— Palestina, of de oude bedeeling. Hij was in den beginne reeds gegeven, en werd nn als zoodanig op nieuw aangebonden in de Wet, voor het menschdom, voor heel de wereld—vooralle eeuwen!

Hier werpt men ons een bezwaar voor den voet, en daarmede meent men ook, rechtens, den Sabbat zoodanig met de ceremonieele verordeningen te vereenzelvigen, dat hij daarmede dan ook vanzelf tot de oude bedeeling beperkt zou zijn. Men beroept zich op de vrijheid door het Evangelie ingebracht. Die vrijheid neemt men zoo breed, dat de zedelijke Wet als een gebeel, en het vierde gebod met den Sabbat in het bijzonder, daardoor van alle verbindend gezag beroofd worden.

Hier zouden we volstaan kunnen met te zeggen, dat de Sabbat, als niet ontstaan uit het vierde gebod, maar daarin alleen als bestaande aangebonden, niet zou kunnen worden afgeschaft, al ware ook de zedelijke Wet waarlijk afgeschaft geworden.

Wij durven, echter, den Sabbat ook wel wagen aan die Wet—en vreezên er ook dan geen schipbreuk voor.

Men wil, dat sommige beginselen der zedelijke Wet wel eeuwig-durend zijn, en dat, diensvolgens, sommige bevelen ook wel weer op nieuw, door bijzondere verordening, ingevoerd en verbindend gemaakt zouden kunnen worden in deze bedeeling. Maar dan ook, dat alleen zoodanige geboden, als aldus door den Heer weer op nieuw verordend zijn

Sluiten