Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king met Bom. 13 : 9. Die genoemd onderscheid ignoreert, laat Paulus met hemzelf in strijd komen.

Wel is waar, wij zijn niet meer onder de Wet als huishouding, maar onder de genade. Daarin ligt opgesloten dat het schaduwachtige wets-gezag vervangen is. Tevens dat de zedelijke Wet ons geen voorwaarde van aanneming kan voorschrijven, en dat ze geen macht meer heeft, om den geloovige aansprakelijk te houden voor zijn schuld. Al de heilige belangen, daarmede betrokken, zijn in Christus gewaarborgd. Hij is "het einde der Wet." Maar in welken zin? * * * "Tot gerechtigheid'' voor die gelooven.

Die gerechtigheid dekt alle schuld. Ze is niet de vrucht onzer gehoorzaamheid, maar van des Heilands werk. Vandaar dat de Wet ons niet als een verbond onder voorwaarden kan stellen, noch ons veroordeelen, zoover we in Christus gelooven.

Maar het einde van zedelijke verplichting om te gehoorzamen? Dat wordt niet gevonden in Dien, Die niet was

gekomen om te verbreken, maar om te vervullen. • Als afdruksel der zedelijke natuur Gods, moet de'zedelijke Wet haar gezag als levens-regel behouden. Die leven3-regel ligt in God, Werd der schepping ingeweven—en werd in de Wet maar slechts geformuleerd. En zoolang het Goddelijke voorbeeld wet blijft voor den mensch, kan ook de verplichting, om den wezenlijken Sabbat te houden, en daarin navolgers Gods te worden, niet worden afgeschaft voor jood of heiden» Israël of de gemeente.

Daar de grondslag zoo diep ligt, en de aanbindende reden zoo sterk is en heilig, kan de weeklijksche Sabbat—waaraan de wet ons herinnert—niet ophouden, totdat dezelve overgaat in den eeuwigen Sabbatismos. Niets is meer verbindend dan het Goddelijke voorbeeld—niets heiliger dan de daardoor aangebondene verplichting—en niets meer eeuwigdurend, dan het gebod, dat daarvau tolk is geworden —en de Sabbat, met dat alles vereenzelvigd.

Door het verlossingswerk wordt zulks niet verzwakt maar veeleer versterkt.

Sluiten