Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een nieuwe levens-sfeer in. Yinden we hem al niet langer in den laatsten dag der week, op den morgen van den eereersten dag der week begroet hij ons met een meer liefelijk gelaat. De overgang kon op de* eenzelvigheid geen inbreuk maken; en toch wordt de aloude Sabbat op dien nieuwen dag met een nieuw-testamentischen luister omstraald. Trots dien dagsovergang, hebben wij dien Sabbat behouden—nog beladen met al de beleekenis der oorspronkelijke heiliging en begunstiging. En tegelijkertijd is diezelfde Sabbat vernieuwd—ge-christianiseerd en herschapen, teneinde met de ontwikkeling der Reddingsbedeelingen tred te houden.

Hiermede meenen we op goede gronden het voortbestaan des Sabbats ook in deze bedeeling voor het geloofs-begrip gered te hebben.

Nog rest ons hier de taak om aan te duiden:

2. Hoe, wanneer en waarom die onergang geschiedde?

Op wonderbaar stille en geleidelijke wijze, ten tijde en ten gevolge van de opstanding van onzen Heiland—dien Heer, ook van den Sabbat.

Zoo natuurlijk was die overgang, dat geen formeele aanwijzing daarvan, en nog veel minder positief bevel daarvoor, noodig was. Zulke aanwijzing, zoodanig bevel, zou niet slechts overbodig zijn geweest, maar zelfs bevreemdend. Ware het, dat de oude Sabbat afgeschaft ware geworden, en een geheel nieuwe ingevoerd moest worden, dan zou duidelijke aanwijzing, of ondubbelzinnig bevel, van noode zijn geweest. Maar niet nu, wijl er maar alleen aan den overgang daarvan, van den eenen op den anderen dag, gedacht mag worden. En nu hebben we voor ons een overgang, die zoozeer eene vanzelfheid mag beschouwd worden, dat het onbevoordeelde, en verstandelijke cbristen-oog, langs den weg van gezond-logische redeneering, denzelven wel moet opmerken, 't Mag wel vreemd heeten op christelijk gebied, dat men zulks niet opmerkt.

Opgebonden in, en onderworpen aan, den Zaligmaker,

Sluiten