Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draagt de eerste dag der week voor ons het onmiskenbare zegel van den christelijken Sabbat. Die dag is daarom ook zeer diep gegraveerd in het christelijke gemoed—gekoesterd door de christelijke liefde.

Wel werd voor een wijl de oude Sabbat nog naast den nieuwen dag gevierd, ten minste onder joodsche christenen —gelijk besnijdenis en pascha dóór hen ook nog nevens doop en avondmaal aan de hand werden gehouden. Allengskens en geleidelijk begon de zevende dag als Sabbat practisch uit.de christelijke geschiedenis te treden—gelijk ook besnijdenis en pascha. Hier én daar mag door secten, of menschen die eenzijdig ijveren, de zevende dag weer te voorschijn worden geroepen, om als de ware Sabbat erkend te worden. Maar de christenheid, over het geheel, zal blijven weigeren weer terug te keeren—en met den Sabbat weer op oud-testamentisch gebied zich te plaatsen.

In de tweede eeuw was de viering van den christelijken Sabbat reeds algemeen.

In den Brief van Barnabas—minstens aan 't eind der eerste eenw in omloop, wordt er op gewezen. Ook getuigt Justinus de martelaar allerduidelijkst van den eersten dag der week. Tertullianus is niet minder duidelijk, en verwijst de aanwrijving, dat de christelijke Godsdienst op den Zondag in eenig opzicht iets met de son«-vereering te doen zou hebben....

In De Apostolische Onderwijzing wordt op apostolisch bevel gewezen.

Elders ook worden er trekken gevonden, die van dezelfde zaken getuigen.

In latere tijden, toen Kerk en Staat gehuwd werden, werden Keizerlijke bepalingen gemaakt—burgerlijke Sabbats-wetten uitgevaardigd.

Konstantijn de Groote verbood het houden van rechts-

N. B. Men zie over deze zaken Deel l, 14 68186; III, 123; VIII 668 enz. van Ante-Nic. Libr. na

Sluiten