Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeven oogen, dewelke zijn de zeven Geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen."

Het is dus in den Hemel. Het is voor Gods aangezicht en voor den Heere Jezus Christus. Daar stonden zij in 't gewaad der onschuld en der eere, „bekleed met lange witte kleederen, en palmtakken waren in hunne handen." Wij bemerken, dat zij in nauwe betrekking staan tot God en tot den Heere Jezus. God is hun God, Jezus hun Zaligmaker. Wat behoef ik meer te zeggen? Hunne kleederen en de palmtakken passen zoo recht bij het hemelsch Peest. Deze palmtakken doen ons daarbij zoo denken aan het Loofhuttenfeest1, waarbij palmtakken gedragen moesten worden, en aan des Heeren intocht te Jeruzalem, toen een groote schare van feestgangers takken namen van palmboomen en Hem te gemoet gingen. Te recht. Daar in den Hemel is het ware en volmaakte dankfeest voor den ingezamelden oogst op den akker der wereld, en daar verschijnt de groote Koning in zijn volle heerlijkheid.

Deze allen zijn bezield met nog hooger geestdrift dan de Jongeren op aarde bij Jezus intocht, toen zij begonnen zich te verblijden en God te loven met groote stemme, van wege alle de krachtige daden, die zij gezien hadden. Ook in den Hemel is blijdschap. Zeker veel grooter en zuiverder dan er ooit was in het aardsche Jeruzalem. „Zij riepen met groote stem, zeggende: de zaligheid zij onzen Gode, die op den throon zit, en het Lam." Dat is, de behoudenis , de redding onzer zielen zij erkend als een gave, een werk van onzen God, die ons liefhad met een vrijwillige en eeuwige liefde, en van den Heere Jezus Christus, die zichzelven overgaf als een lam tot een waar en eeuwig geldend zoenoffer, en die ons alzoo kocht met zijn bloed uit alle geslachten, talen, volken en natiën! Onze God was en is in Christus onze zaligheid, Hij maakte ons zalig, reeds op aarde, maar nu volkomen en voor eeuwig. De

Sluiten