Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leeuw uit Juda's stam te zien, de litteekenen van zijn verzoenend lijden nog in zijn gezegend lichaam dragende. Dien Heiland te aanschouwen, die voor alle zijne schapen zijn leven gaf en in hunne plaats hunne zonden droeg,, zoodat zijne ziel bedroefd wprd tot den dood toe, en Hij moest klagen: mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten? Dien Verlosser, vol medelijden met de zondaren en de overtreders, die voor hen gebeden heeft, en die volkomelijk betaald heeft voor alle hunne schulden, zoodat Hij hen reinigt, en alle zonden en lasteringen vergeeft, door zijn bloed. Dat wisten, dat geloofden de zaligen reeds op aarde, al moesten zij dikwijls door ongeloof den vrede derven, dien dat kon schenken. Dagelijks hadden zij op nieuw vergeving noodig. Maar daarboven zijn zij volkomen rein, in en door hun Hoofd, met wien zij nu geheel en al vereenigd zijn en naar zijn beeld vernieuwd. Nu zien zij den Koning in zijne schoonheid, hunne oogen aanschouwen het vergelegen land.

Zij verblijden zich in zijne heerlijkheid. Hebr. 1: 6: Dat alle Engelen Gods den Zoon aanbidden! Dit woord is nu vervuld. Dat verhoogt de Hemelvreugde. De geheele schepping valt voor Jezus neder en de Kerk in Hemel en op aarde zingt zijn lof, ook de Engelen ontbreken niet. Zou dit der zaligen vreugde niet, vermeerderen ? De Engelen waren reeds hun ten voorbeeld gesteld, in de bede: Uw wil geschiede op aarde gelijk in den Hemel. De gelukzaligen, toen zij nog in het vleesch waren, baden dagelijks in die bede, dat zij en alle menschen hun eigen wil verzaken en Gods wil van harte gehoorzaam zijn, en dat ieder zijn ampt en beroeping, zoo gewillig en getrouw, mocht bedienen en uitvoeren, als de Engelen in den Hemel doen. Nu kunnen zij dit, nu zij den Engelen gelijk zijn; zjj, die bevoorrecht zijn boven de Engelen; want hun beider Heer nam de Engelen niet aan, maar Hij nam het zaad Abrahams aan,

Sluiten