Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al schatten wij de tijdelijke weldaden en zegeningen niet gering, en al doen wij met onze macht, wat onze hand vindt te doen, omdat God ons de eersten schenkt en het andere oplegt, toch moeten wij voor den Hemel leeren leven. Dit doet de lasten en zwarigheden beter dragen. Dit doet ons moed houden, en het leert de beproevingen beschouwen en verdragen, als bestemd en nuttig tot onze voorbereiding, en om ons verlangen te verlevendigen, o Dat de beloofde zaligheid ons dan maar zeer begeerlijk zij. Waar onze schat is, daar zij ons hart. Want het is een ware spreuk: zalig zijn, die het heimwee hebben, zij zullen te huis komen.

Dikwijls is dag en uur der tehuiskomst onverwacht daar, en komt de Heere zelfs wel ongelegen. Onze tekst wekt op, bereid te zijn voor den Hemel. Zou hier niet toe behooren, broeders, ons te spenen aan alles, wat niet in den Hemel zal komen, en aan te leeren, wat men daar doet ? O ik spreek vrijmoedig, Gods Woord door de Apostelen tot de christenen gebracht gaat ons voor, daar het de geloovigen zoo vermaant, waarschuwt en dringt, dat zij steeds den ouden mensch uit en den nieuwen mensch aan zouden blijven doen; dat zij, die van Christus zijn, zouden gekruisigd hebben het vleesch, met de bewegingen en de begeerlijkheden; dat hun wandel in de Hemelen zoude zijn. O dat wij meer getrouw waren in alles. Door hinken op twee gedachten verzwaren wij onzen druk. Buitendien, wij hebben op aarde altijd druk te lijden. Sedert Adam overtrad, moest hij zijn aangenaam verblijf in Edens Hof verlaten , en ons aller deel is nu: in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten. Hoe zalig zal het dan zijn, als God de tranen zal afwisschen; hoe weldadig zal die zachte Vaderhand zijn, die reeds op aarde zooveel balsem in de wonden druppelt. O zoeken wij altijd eene levendige hoop te hebben, en verzekerd te zijn van ons aandeel aan het eeuwige leven,

Sluiten