Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wederom, zie hoe Petrus tot Cornelius ging, een Heulen van groote vroomheid wieus gebeden verhoort en wiens aalmoezen waren gedacht geworden en wien van een Engel gediend werd; doch met al zijne vroomheid en den H. Geest die over Hem en die bij hem waren, uitgegoten weid' eer zij gedoopt waren, zoo moesten zij toch nog gedoopt worden, of zii konden niet zalig worden. Waarom? omdat de Heere de Apostelen bevolen had, alle mentoren te prediken, en alle creatuur welke die prediking niet geloofde, en biigevolg zich niet liet doopen, zou verdoemd worden. Uenk aan het woord dat'de Engel tot Cornelius sprak: „hij (Petrus) zal u woorden zeggen door welke gij en uw gansche huis zalig worden zult. Nu o(lt?taat de vraag: Kon Cornelius zalig worden, zonder de woorden van Petrus te gehoorzamen? Als dit het geval was, dan was de last des Engels te vergeefs en een leugen geweest. Als nu een prediker soms een mensch mogt vinden, die even zoo goed was als Cornelius, zoo zal hij welli-t tot hem zeggen: ga maar voorwaarts, broeder, gij kunt zalig worden gij zijt trouw aan uwe Godsdienst, gij kunt u doopen laten, als gij het'ter bevrediging van uw geweten noodig acht, en gij het voor upligt houdt zulks te doen; maar als dat niet het geval is, ook goed, het heeft niets te beteekenen, een nieuw hart is alles wat ter zaligheid noodzakelijk is; dat wil dus zeggen: de geboden van de Heere Jezus zijn doorgaans niet noodig tot de zaligheid; zoo kan iemand even goed zalig worden door het roepen van Heere, Heere! als dat hij Zijne geboden houdt. „O nietige en dwaze leeren ! O gij menschenkinderen! Wat hebt gij het Evangelie verkeert! te vergeefs roept gij Heere, Heere! daar gij Zijne geboden niet gehoorzaamd. ƒ , .. ,..

Vervolgens herinneren wij u aan den Stokbewaarder en allen die bij hem waren welke in dezelfde ute in welke zij geloofden, gedoopt werden, en niet eens den volgenden dag afwachten. En Lydia en die met haar waren die gehoorzaamheid oefenden aan het gebod der prediking, En aan Philippus en de Kamerling die de wagen bij het eerste water daar zij aankwamen deed stilhouden om zich te laten doopen, ofschoon hij maar voor de eerste maal en dat nog maar een korte stonde van Jezus had gehoord Ik verneem uit al deze voorbeelden der eerste Christenheid, en derzel'ver leer dat de doop het eerste gebod is, door welke allen die geloofden boete deden, in de Kerk in het Rijk Gods opgenomen werden, zoodat zij het recht hadden, vergeving van zonden en de zegeningen des H. Geestes te ontvangen; ja inderdaad, het was het gebod door welke zij zoonen en dochteren wierden; en wijl zij nu kinderen waren, gat de Heere den Geest Zijns Zoons in hunne harten, door welke zij riepen : Aboa, Vader Wel is waar, goot de Heer den Heiligen Geest uit op Cornelius en zijne vrienden eer rij gedoopt waren, doch dit was noodig oin de geloovige Joden te overtuigen dat ook de Heidenen aan de zaligheid deel konden krijgen, ook is het, het eenige voorbeeld dat wij vindan in de H Schriften dat het volk den H. Geest ontving, zonder aan het eerste gebod der opneming voldaan te hebben. Maar luister! Al is het dat iemand het gebod dep opneming gehoorzaamd, zoo zal hij toch nog met een burger in het koningrijk Gods worden, noeh eenige aanspraak op de gaven en zegeningen des H. Geestes hebben, indien niet dat werk der bediening door iemand voltrokken is geworden, die de behoorlijke volmagt en last daartoe van den Koning ontvangen had; en die volmagt aan een persoon gegeven, kan geen ander het recht geven, m zijne plaats te nan-

Sluiten